De passieve vorm is dominant in wetenschappelijke teksten, maar deze verhullende schrijfwijze is columnist Enith Vlooswijk een doorn in het oog. ’Wetenschap is geen “black box” waar zomaar belangrijke inzichten uitrollen.’ 

Ik miste de deadline voor mijn column voor C2W | Mens & Molecule. Als ik dat op een ‘wetenschappelijke’ manier zou schrijven, dan zou u lezen dat ‘de deadline voor de maandelijkse column werd gemist’. Geen woord over tientallen Leidse studenten die rond datzelfde moment een reactie van mij verwachtten op de voorlaatste versie van hun eindproduct, laat staan dat u iets zou lezen over de nogal belabberde planning van ondergetekende. De passieve vorm – ‘werd gemist’ – is ideaal om de suggestie van menselijk falen en eventuele persoonlijke verantwoordelijkheid daarvoor vakkundig te verhullen.   

Op de universiteit leren mijn studenten artikelen zoveel mogelijk te schrijven in de passieve vorm. Ik, op mijn beurt, tracht dat er binnen een week of twaalf weer uit te meppen.  

Dat is zeker niet alleen een kwestie van stijl. Bovenal vind ik het belangrijk dat journalistieke teksten over wetenschap de menselijkheid van de onderzoekswereld in beeld brengen. Wetenschap, leg ik mijn studenten uit, moet geen abstracte ‘blackbox’ lijken waar zomaar belangrijke inzichten uitrollen. Wetenschap, dat zijn mensen die hun hypotheses trachten te toetsen (lees: bevestigen) door bijvoorbeeld experimenten te doen in laboratoria. En daarbij gaat nogal eens iets mis.  

’Net voordat hij zou vertrekken naar een conferentie in Singapore, ontdekte hij in zijn lab een lekkende afvalzak’

Zo tilde in 2016 een onderzoekster van het zeer streng beveiligde North Carolina Laboratory in de VS een muis op aan zijn staart met de intentie het beestje in een weegbak te leggen. De kronkelende muis wist zich op te richten en zette zijn tanden zo hard in de gehandschoende vinger van de onderzoekster, dat ze er een wondje aan overhield. De muis was geïnfecteerd met een SARS-coronavirus, dat hij gelukkig niet overdroeg op de onderzoekster.  

Onderzoeker en luitenant-colonel Chan Jiacong van het Taiwan Military Institute of Preventive Medical Research (IPMR) had minder geluk. In december 2003 deed hij een aantal experimenten met het gevaarlijke SARS-CoV-1-virus. Net voordat hij zou vertrekken naar een conferentie in Singapore, ontdekte hij in zijn lab een lekkende afvalzak. Erop gebrand het vliegtuig naar Singapore niet te missen, ruimde hij de zak wat al te haastig op, waarbij hij met het virus geïnfecteerd raakte. Op deze en andere wijzen wist het SARS-CoV1-virus tussen 2003 en 2004 zes keer te ontsnappen uit laboratoria die officieel voldeden aan de hoogste bioveiligheidseisen. Veertien mensen raakten besmet, van wie er een (de moeder van een onderzoekster) overleed.  

Deze en nog meer voorbeelden van onfortuinlijke lablekken zijn te lezen in een artikel van internationale bioveiligheidsexperts dat begin dit jaar verscheen. Uit een reeks van zeventig bewezen lableks leggen de experts de zeven meest uitvoerig gedocumenteerde gevallen naast elkaar om ervan te leren. Het is een razend interessant artikel, alleen al omdat vermoedelijk weinig mensen hier ooit hoorden van het VEE-virus (Venezuelan Equine Encephalitis) dat in 1995 ontsnapte uit een Venezolaans virologisch laboratorium. Toch raakten meer dan honderdduizend mensen besmet, van wie er ongeveer driehonderd stierven.  

Een van de lessen die uit het artikel zijn te trekken, is dat technische voorzieningen nog zo hoogstaand kunnen zijn en gedragsvoorschriften nog zo streng, maar menselijke fouten kunnen ze nooit helemaal voorkomen. ‘Wetenschappers zijn mensen!’, roep ik regelmatig tegen mijn studenten. En columnisten zijn geen steek beter.  

Bronnen:

Near Misses at UNC Chapel Hill’s High-Security Lab Illustrate Risk of Accidents With CoronavirusesProPublica, 17 augustus 2020

Sandhya Dhawan et al., Epidemiological indicators of accidental laboratory-origin outbreaks, Epidemiology & Infection (2026), doi:10.1017/S0950268825100915