Geklaag over het uitblijven van een vaste aanstelling in de wetenschap is aan hoofdredacteur Esther Thole niet besteed. ’Het lijkt wel alsof wetenschapper meer een identiteit is geworden dan een beroep.’
Wetenschap is mensenwerk. Een open deur? Wellicht, maar toch lijkt het wel eens alsof juist de mensen die in de wetenschap werken, dat niet altijd zo zien. Ik bedoel hier niet dat wetenschappers in de eerste plaats mensen zijn die allemaal zo hun eigen achtergrond, overtuigingen, politieke ideeën, vorming, netwerk, vooroordelen, blinde vlekken en wat niet meer meenemen in hun onderzoek. En dat al die individuele kenmerken invloed hebben op dat onderzoek (en de uitkomsten).
Het gaat mij nu om het tweede deel van mensenwerk. Het werk. Want het lijkt wel alsof wetenschapper meer een identiteit is geworden dan een beroep. Wetenschapper is blijkbaar iets dat je ‘bent’ en niet iets wat je ‘doet’. Dat verklaart misschien de eindeloze stroom litanieën op de socials over hoe zwaar het allemaal is als promovendus/postdoc/early career academicus-met-tijdelijk-contract, uiteindelijk resulterend in bijdragen met pathetische titels in de trant van: ‘Leaving academia: how I managed to reclaim my life.’ Vaak geschreven door iemand die überhaupt nog nooit buiten de academische muren heeft rondgestruind, maar dat terzijde.
’Des te meer reden dus om wetenschapper meer te gaan zien als een beroep dan een roeping. Als werk.’
Natuurlijk is het taai als je een positie niet krijgt die je graag wilt hebben of dat je onderzoeksvoorstel wordt afgewezen. Maar er zit in deze discussies soms een ondertoon van entitlement, van ergens recht op menen te hebben. Je ‘bent’ die wetenschapper, maar ‘academia’ werkt niet mee. Zo’n grondhouding maakt het heel lastig, te meer omdat juist voor de startposities voor theoretisch opgeleiden de komst van AI een serieuze verandering betekent. Voor veel van de typische junior-klussen wordt nu AI ingezet. En dat geldt niet alleen voor juridische, financiële of consultancy kantoren.
Ook beginnende natuurwetenschappers krijgen hiermee te maken. In Science viel mijn oog op een bijdrage in de rubriek Working Life, ‘Why I may “hire” AI instead of a graduate student’. Hierin blikt een hoogleraar terug op zijn eigen, wankele start als PhD student en vraagt zich nu af of hij zijn jongere zelf zou aannemen. Het ontnuchterende antwoord: ‘Nee.’ Hij kiest voor een AI tool.
Des te meer reden dus om wetenschapper meer te gaan zien als een beroep dan een roeping. Als werk. Waarvoor je moet solliciteren, je moet aanpassen, soms water bij de wijn moet doen en (vaak) moet accepteren dat je niet de enige geschikte kandidaat bent. Dat geldt voor iedereen in alle sectoren.
Dus maak het niet groter dan het is. Bedenk dat mensenwerk ook mens-en-werk is. Twee componenten die, gelukkig, heel goed te scheiden zijn. Beter voor jezelf en beter voor het werk.










Nog geen opmerkingen