CPEB4.

Door een eiwit genaamd CPEB4 te blokkeren kun je wellicht de effecten van levercirrose verminderen. En dus ook de mate waarin drankmisbruik de gezondheidszorg belast, suggereren onderzoekers uit Barcelona in het tijdschrift Gastroenterology.

Die cirrose is een chronische aandoening, waarbij de lever zich vult met littekenweefsel. Hierdoor wordt de doorbloeding belemmerd, en om de druk van het toevoerkanaal (de poortader) af te halen gaan zich bloedvaten vormen buiten de lever om. Maar in de praktijk maakt deze ‘pathologische angiogenese’ het probleem alleen maar erger: ten eerste krijgt de lever gebrek aan zuurstof en voedingsstoffen, ten tweede krijgt de patiënt elders bloedingen omdat de bypass-bloedvaten van matige kwaliteit zijn. Vanwege die bloedingen belanden patiënten vaker in het ziekenhuis dan vanwege de cirrose zelf.

Verantwoordelijk voor dergelijke bloedvatvorming is de vasculaire endotheliale groeifactor (VEGF). Er zijn verschillende medicijnen op de markt die VEGF blokkeren, al zijn die primair ontwikkeld om tumoren van hun bloedvatvorming te beroven. Avastin is de bekendste. Alleen hebben ze de vervelende bijwerking dat elders in het lichaam óók geen bloedvaten meer worden gevormd; bij chemotherapie is dat misschien nog acceptabel, maar bij cirrose wordt het middel ervaren als erger dan de kwaal.

Raul Méndez, Mercedes Fernández en collega’s denken nu een mechanisme te hebben ontdekt dat alleen in de lever de aanmaak van VEGF afremt. Het grijpt niet in op de expressie van het eigenlijke gen, maar op de vertaling van het gevormde boodschapper-RNA (mRNA) naar een eiwit. Het vertaaltempo hangt af van de zogeheten polyadenylatie die een ‘staart’ van adeninebsen aan het mRNA hangt.

In de lever blijken daar twee eiwitten met name bij betrokken: CPEB1 en CPEB4, waarbij CPEB staat voor cytoplasmic polyadenylation element-binding protein. In het bloed van cirrosepatiënten vind je daar inderdaad verhoogde concentraties van.

Het onderzoek suggereert dat in eerste instantie CPEB1 de productie van CPEB4 bevordert, dat CPEB4 vervolgens zijn eigen aanmaak gaat versterken, en dat daardoor het mRNA met de code voor VEGF vaker wordt afgelezen.

Die CPEB-eiwitten spelen ook een rol bij de bloedvatvorming in bepaalde tumoren. Eerder kregen Méndez en Fernández al ruim een miljoen euro van de Asociación Española Contra el Cáncer om dat effect te onderzoeken, en het cirrose-onderzoek is daar in feite een spin-off van.

In het kader van het kankeronderzoek werd vorig jaar al de 3D-structuur van CPEB4 opgehelderd, zodat gericht kan worden gewerkt aan ‘passende’ inhibitoren. Een assay om die inhibitoren te testen ligt er ook al. Of er daadwerkelijk iets uit komt dat de bloedingen bij cirrose vermindert moet worden afgewacht, maar het begin is er.

bron: IRB Barcelona