Zomergenen (blauw) en wintergenen (groen). De Y-as geeft de relatieve expressie aan, de X-as de maand van het jaar..

De expressie van een kwart van onze genen is seizoensgebonden en dát is de reden dat we ’s winters sneller een virus oplopen. Dat voelden we allang aan maar het is nu ook wetenschappelijk bewezen, melden onderzoekers uit Cambridge in Nature Communications.

John Todd, Chris Wallace en collega’s baseren hun conclusie op nadere analyse van eerder gepubliceerde metingen aan menselijk bloed en vetweefsel, waarbij ze voor het eerst óók keken naar de datum waarop de monsters werden genomen.

Ze begonnen met het BABYDIET-cohort, een groep van 109 kinderen met aanleg voor diabetes type 1 die ooit in Duitsland jarenlang zijn gevolgd op zoek naar een verband tussen diabetes en gluteninname. Als eerste keken ze naar de expressie van ARNTL, een transcriptiefactor die te maken heeft met het dag- en nachtritme.

Toen die inderdaad een significant seizoenseffect bleek te vertonen, werden ook de expressies van andere genen onderzocht. Uiteindelijk bleek het seizoen invloed te hebben op 5.136 van de 22.822, dus ongeveer 23 procent.

Daarna zijn nog diverse andere datasets bekeken, waaronder eentje met mensen uit Australië waar de seizoenen zes maanden verschoven zijn. Er kwam telkens ruwweg hetzelfde uit: bepaalde genen zijn ’s zomers actiever en andere ’s winters. Het uit zich zowel in de genetische expressie als in de tellingen van diverse celtypes in het bloed.

Zoals je kunt verwachten is er ook een verband met de breedtegraad: in IJsland, waar de dagen ’s winters érg veel korter zijn dan ’s zomers, is het patroon duidelijk anders. Dat geldt ook voor Gambia, in West-Afrika. Daar heb je alleen een nat en een droog seizoen en de bloedsamenstelling blijkt dan prompt dát ritme te volgen.

Het heeft onder meer gevolgen voor het immuunsysteem. Het lijkt er op dat dat ’s winters (en in Gambia gedurende de regentijd) alerter is en al bij een kleiner aantal pathogenen terugslaat met wat wij als een ontsteking ervaren. Met andere woorden: ’s winters word je sneller ziek. De onderzoekers vermoeden dat dat evolutionair zo is gegroeid omdat pathogenen dan vaak actiever zijn, zodat het immuunsysteem dan beter te vroeg dan te laat kan ingrijpen.

Dat chronische auto-immuunziektes zoals reuma en diabetes type 1 hierdoor óók meer ruimte krijgen om de kop op te steken, en via-via zelfs de kans op hart- en vaatziekten groter wordt, zou dan een ingecalculeerd risico zijn.

Interessant is trouwens dat het ook genen blijkt te beïnvloeden die te maken hebben met de respons op vaccinatie, wat suggereert dat je dat óók beter ’s winters kunt doen.

Waar die variatie in expressie precies vandaan komt is nog niet duidelijk. Maar we weten al dat de biologische klok zich kan aanpassen aan de daglengte en dat er dus ergens een lichtgevoelige component in het systeem zit. Het ligt voor de hand in die richting te zoeken.

bron: University of Cambridge