Amyloïde beta-fibrillen.

De G-eiwitgekoppelde receptor GPR3 lijkt een belangrijke bijrol te spelen bij de ziekte van Alzheimer. Dat biedt perspectieven voor medicijnen die die aandoening vertragen, melden Leuvense wetenschappers in Science Translational Medicine. Ze spreken van een doorbraak.

Waarbij Amantha Thathiah (VIB/KU Leuven) en collega’s benadrukken dat ze bij vier verschillende alzheimer muismodellen hetzelfde hebben zien gebeuren, terwijl ze in de hersenen van overleden menselijke alzheimerpatiënten soms ook een verhoging van de GPR3-expressie zagen. Het lijkt dus serieus een vondst, en niet een toevallig weeffoutje in één per definitie onvolmaakt muismodel.

Het onderzoek komt er op neer dat bij al die muismodellen het gen werd uitgeschakeld dat voor GPR3 codeert. Inderdaad ging daardoor de productie van amyloïde bèta-peptides in hun hersenen duidelijk omlaag, en als die peptides er niet zijn kunnen ze ook geen plaques vormen die alzheimersymptomen veroorzaken. Inderdaad giongen de cognitieve functies van de gemodificeerde muizen minder hard achteruit dan normaal.

Die vermindering van de peptideproductie was ook te zien bij ‘wild type’-muizen (gezonde dus) waarvan het GPR3-gen werd uitgeschakeld.

Het bevestigt de eerdere Leuvense waarneming dat GPR3 de activiteit regelt van gamma-secretase, het enzymcomplex dat amyloïde bèta creëert door stukjes van een groter preurrsoreiwit af te knippen. Dat mechanisme lijkt echter niets te maken te hebben met de G-eiwitkoppeling die je eigenlijk van een G-eiwitgekoppelde receptor verwacht. Het zou kunnen dat het een nevenactiviteit van GPR3 is; alleen is de hoofdactiviteit nog altijd een raadsel omdat niemand weet welk molecuul er nu eigenlijk op deze receptor past.

Dat hoeft de geneesmiddelenindustrie er niet van te weerhouden om zo’n molecuul op de tekentafel in elkaar te zetten als potentiële alzheimermedicatie. Gezien de populariteit van G-eiwitgekoppelde receptoren als target voor medicijnen zou dat technisch gezien niet zo moeilijk moeten zijn.

bron: VIB