Te weinig, dus.

Een druppel bloed is een aselecte steekproef. Voor accurate bloedwaarden moet je minstens zes keer prikken, stellen Rebecca Richards-Kortum en collega’s van Rice University.

In het American Journal of Clinical Pathology melden ze hoe ze elf vrijwilligers in de vingers prikten en uit de bloedstroom telkens zes monsters trokken van 20 microliter. Met standaard ziekenhuis-analyseapparatuur screenden ze vervolgens al die druppeltjes op hemoglobine, bloedplaatjes, lymfocyten, granulocyten en het totale aantal witte bloedcellen.

Bij zeven anderen namen ze op dezelfde manier tien monsters van 10 microliter waarvan ze alleen het hemoglobinegehalte maten, om te zien of het volume per monster veel uitmaakt.

Resultaat: tussen bloeddruppels van dezelfde donor vind je verschillen die veel te groot zijn om te verklaren uit de nauwkeurigheid van de apparatuur. In sommige gevallen zat er 20 g/l verschil in de hemoglobineconcentratie van twee opeenvolgende druppels.

Om binnen de meetnauwkeurigheid te komen van de waarden die je krijgt wanneer je op traditionele wijze een buisje vol zuigt uit een ader, moet je volgens Richards-Kortum de analyseresultaten van minstens 60 à 100 microliter aan druppeltjes uitmiddelen.

De veelgeplaagde start-up Theranos, die met de analyse van bloeddruppeltjes groot is geworden, zal er niet blij mee zijn.

bron: Rice University