In copolmeer (groen) ingepakt membraaneiwit, hier met een gouddeeltje (geel) om uit te proberen.

Met een copolymeer van styreen en maleïnezuur kun je membraaneiwitten uit een celwand losweken. En omdat er een restje membraan omheen blijft zitten zijn ze daarna nog functioneel ook, suggereert een Brits/Nederlandse publicatie in Angewandte Chemie.

Het zou het bestuderen van zulke membraaneiwitten een stuk gemakkelijker kunnen maken. De detergenten waarmee men ze tot nu toe isoleerde, haalden er álle lipiden uit het membraan van af. Dan poets je dus ook de invloed van die lipiden op het eiwit weg.

Het gebruikte polymeer bestaat uit telkens twee styreenmonomeren en éénmaal maleïnezuur. Het is dus net iets anders dan het veel bekendere styreen-maleïnezuuranhydride-copolymeer (SMA) dat onder meer wordt verwerkt in auto-interieurs.

Stefan Scheidelaar en collega’s van de UU, de UvA en de University of Bristol suggereren dat het zich als een soort banderol om zo’n membraaneiwit met omringende lipiden heen draait. De moleculaire sushi (zelf spreken de auteurs van ‘nanodiscs’) laat de boven- en onderkant van het eiwit helemaal vrij, zodat niets het normale functioneren in de weg staat.

Het is uitgeprobeerd met het een eiwit dat dient als ‘fotosynthetisch reactiecentrum' in Rhodobacter sphaeroides. Ingepakt in polymeer bleek het nog stabieler dan in die bacterie zelf. De onderzoekers spelen dan ook met de gedachte om er zonnepanelen van te gaan maken.

Inmiddels is de UU daartoe een samenwerking gestart met SMA-producent Polyscope in Geleen. Het idee is dat het lab van Polyscope verschillende kwaltieiten styreen-maleïnezuur aanmaakt zodat die in Utrecht kunnen worden uitgetest op membraaneiwitten.

bron: FOM