De combinatie van labwerk, zwangerschap en een tijdelijk contract levert een ingewikkelde situatie op. De Wageningse universiteit heeft nu maatregelen genomen om in deze gevallen het arbeidscontract automatisch te verlengen. Dat neemt een hoop zorgen weg, voor zowel de zwangere zelf als voor de betrokken onderzoeksgroep.

Toen promovendus Annemieke van Dam in 2017 vertelde dat ze zwanger was, betekende dat voor haar begeleider Han Zuilhof, hoogleraar organische chemie in Wageningen, het sein om meteen in actie te komen. Wie zwanger is moet namelijk per direct stoppen met werken in het lab. Maar wat als je werkt op een tijdelijk contract, als promovendus of postdoc?

De wettelijk vastgestelde termijn van 16 weken zwangerschapsverlof schiet dan schromelijk tekort en tegelijkertijd is verlenging van een tijdelijk contract niet vanzelfsprekend. Dat stelt vrouwen met academische ambities voor lastige keuzes: zwangerschap uitstellen, een carrièrepauze inlassen of maar zien hoe het loopt?

Daarnaast zijn er ook voor de onderzoeksgroep aanzienlijke gevolgen, waaronder extra kosten voor verlenging van het dienstverband die niet door subsidies worden gedekt en vertraging van publicaties en projecten. Zuilhof zette een brede lobby in gang om dit probleem aan te pakken en nu, na vijf jaar duwen en trekken, is het eindelijk geregeld. De Wageningse universiteit heeft extra middelen vrijgemaakt zodat de verlenging van contracten voor promovendi en postdocs in deze situatie bijna automatisch is.

Arbeidsongeschikt

Voor Van Dam was dat een gedroomde uitkomst. Tijdens haar promotieonderzoek naar anti-fouling coatings kreeg zij twee kinderen. ‘Ik werd zwanger toen ik net 10 maanden bezig was en moest meteen stoppen met mijn onderzoek in het lab. Ik moest per direct de Ziektewet in en mocht ook geen vervangend werk doen dat gerelateerd was aan mijn onderzoek, zelfs geen theoretisch of rekenwerk. Uiteindelijk ben ik er 11 maanden uit geweest. Volgens de Arbodienst was ik arbeidsongeschikt, want ik kon mijn werkzaamheden niet meer uitvoeren.’

Zuilhof vult aan: ‘Voor zwangere chemici met een tijdelijk contract bestonden er geen regelingen. Een verlenging van hun contract was geen automatisme. Bovendien zat ik met hogere loonkosten omdat het salaris van een promovendus snel oploopt en ik te maken kreeg met extra overheadkosten die nergens op kunnen worden verhaald. De raad van bestuur van de WUR heeft nu een speciaal potje in het leven geroepen om leerstoelgroepen te compenseren voor de extra kosten. Dat geld wordt gebruikt om de verlenging van het contract met de promovendus te financieren. Een zwangerschap drukt daardoor minder zwaar op de leerstoelgroep en bij de promovendus neemt dit een stuk onzekerheid weg.’

Han Zuilhof en Annemieke van Dam

Han Zuilhof en Annemieke van Dam

Dierstudies

Al met al duurde het maar liefst vijf jaar voordat er een oplossing kwam. Zuilhof: ’Ik noem het zelf “de muur van onwetendheid”. Universiteiten denken dat ze het goed op orde hebben en in veel gevallen is dat ook zo. Voor de leerstoelen die niets te maken hebben met chemische labs, en dat zijn de meeste, speelt dit probleem niet. We moesten het dus eerst voor het voetlicht zien te brengen bij het bestuur van de universiteit. In dat proces heeft Eva Sieblink, projectleider Diversity & Gender, een heel belangrijke rol gespeeld. Zij heeft ons praktische probleem vertaald in een formele regeling die aan het bestuur kon worden voorgelegd. Toen bleek ook dat het probleem breder speelde. Niet alleen bij chemie, maar bijvoorbeeld ook bij dierstudies, want daar mag je de stal niet meer in zodra je zwanger bent. Daarnaast ging het om het creëren van een geldpotje waar geen route voor was. Voor elke grote instelling is dat ingewikkeld, en kost het tijd, vasthoudendheid en overtuigingskracht om het geld bij elkaar te brengen. Als individueel hoogleraar heb ik daar namelijk niet de middelen voor. De universiteit heeft voor dit soort situaties nu een budget van 150.000 euro per jaar en dat lijkt voldoende.’

Zekerheid

Positieve reacties alom, zegt Zuilhof. ‘Ook van collega’s die zouden proberen om het onder de aandacht bij hun universiteit te brengen.’ Bij Van Dam was het beeld meer gemengd. ‘Op mijn LinkedIn-post kreeg ik veel positieve reacties, maar ik kreeg ook privéberichtjes met de strekking “Wat slap dat je het niet zonder deze steun kunt”. Vooral van vrouwen die zelf door alle hoepels waren gesprongen en ondanks hun zwangerschap toch een academische carrière hebben opgebouwd. Zij vonden het een kwestie van karakter dat ze het zonder dergelijke regelingen hadden kunnen doen.’

Met karakter heeft het volgens Zuilhof niets te maken. ‘Ik vind het eerlijk om ook jonge vrouwen in de chemie genoeg arbeidszekerheid te bieden zodat ze een zwangerschap niet hoeven uitstellen. Dat moet geen einde oefening zijn voor een academische carrière.’ De praktijk heeft al meteen goed uitgepakt in de groep van Zuilhof. ‘Drie dagen nadat bekend werd dat er een oplossing was, deed één van mijn andere promovendi een zwangerschapstest. Twee streepjes, helemaal gelukkig. Ze vertelde me dat ze ook zo blij was dat ze zich geen zorgen hoefde te maken over haar contractverlenging. En dan denk ik “hé, geweldig, dat je bij het zien van het tweede streepje ook weet dat die leuke baan in het lab goed geregeld is”. Ik vind dat dat eigenlijk zou moeten gelden voor alle vrouwelijke chemici met een tijdelijk contract. Het zou mooi zijn als dit ook door andere universiteiten en instellingen wordt opgepakt en door de vakbonden wordt vastgelegd in een CAO.’