Methamfetamine.

In Italië is een sensor ontwikkeld die alle variaties op het thema methamfetamine detecteert. Zelfs als de onderwereld ze nog niet eens gesynthetiseerd heeft, claimen ze in Angewandte Chemie.

Het onderliggende idee is dat je aan het methamfetaminemolecuul een hele hoop kunt veranderen. In veel landen hoef je maar één extra zijgroep toe te voegen, die voor het bedwelmende effect weinig uitmaakt, om er iets van te maken waarover niets in de lokale narcoticawetgeving staat. Voorwaarde is echter dat je van het methylamino-uiteinde (dus NH-CH3) afblijft, anders werkt het niet meer.

De Italianen hebben dus een receptor ontworpen waar die methylaminogroep precies in past. Het is een zogeheten ‘cavitand’, een komvormige supramoleculaire structuur met vier fosfonaatgroepen die de ‘doelgroep’ binden met wat de auteurs een ‘synergistische set van zwakke interacties’ noemen. Die iets afwijkende groep die karakteristiek is voor cocaïne, met de N als onderdeel van een ringstructuur, past er ook min of meer in.

De cavitand zetten ze vervolgens vast op een silicium cantilever, een microscopisch springplankje op een chip dat letterlijk doorbuigt onder het gewicht van een gebonden methamfetaminemolecuul. Met een laser is die buiging vrij eenvoudig te meten.

Uiteraard zijn er nog wel meer moleculen met zo’n NH-CH3-groep, en de meeste daarvan zijn volmaakt onschuldig. Maar het is onwaarschijnlijk dat die voorkomen in de pilletjes en zakjes met witte (of blauwe) kristalletjes die de politie pleegt aan te treffen in de bagage van verdachte types. Het belangrijkste is dat de sensor niet reageert op stoffen die meestal worden gebruikt om drugs te versnijden, zoals caffeïne en suiker.

De Italianen denken zelfs dat ze er drugs mee kunnen monitoren in afvalwater. Maar dát zou de selectiviteit van hun sensor wel eens te zwaar op de proef kunnen stellen.

bron: ChemistryWorld

Onderwerpen