Dat een dieet met veel soja de kans op darmkanker verkleint ligt mogelijk aan de genisteïne in die soja. Deze stof remt namelijk de expressie van enkele genen die tumorvorming bevorderen wanneer ze in een te hoge versnelling staan, suggereert een publicatie op de website van Carcinogenesis.

Het zou verklaren waarom darmkanker relatief zelden voorkomt in Aziatische landen waar veel soja wordt gegeten. En ook waarom Aziaten, die naar westerse landen emigreren en dara de lokale eetgewoonten overnemen, prompt méér kans op een darmtumor lopen.

De drie genen, waarover het gaat, maken deel uit van een zogeheten Wnt-signaalroute die de periodieke verversing van het darmslijmvlies aanstuurt. Bekend was al dat bij 90 procent van de darmkankerpatiënten het Wnt-signaal continu blijkt aan te staan.

Ondezoekster Hong Chen (University of Illinois) simuleerde dit op hol geslagen Wnt-signaal door ratten de carcinogene stof azoxymethaan toe te dienen. Gaf ze ze vervolgens een extract van soja-eiwit, dan bleek het Wnt-signaal terug te keren naar een gezonde waarde. Het aantal tumor-aanzetjes in de darmen verminderde daarbij met 40 procent.

Pure genisteïne in plaats van soja-eiwit gaf hetzelfde effect.

Nader onderzoek leerde dat het een epigenetisch effect is: genisteïne leidt tot extra methylering van delen van de betrokken genen, waardoor die moeizamer worden afgelezen.

Het suggereert dat darmkanker in veel gevallen zelf óók een epigenetisch effect is dat niets te maken heeft met permanente beschadigingen aan de genen zelf. In principe zijn dergelijke effecten niet alleen te vertragen, maar ook terug te draaien. Daarvoor is waarschijnlijk wel iets nodig dat vele malen effectiever werkt dan genisteïne.

bron: University of Illinois

Onderwerpen