De verleiding om resultaten op te kloppen blijkt soms onweerstaanbaar, ziet Timothy Noël. ‘Fake it till you make it hoort niet thuis in de academische wereld.’  

Het belang van reproduceerbare resultaten is glashelder, en toch lijkt het in de wetenschap soms een zeldzaam goed. Het terugtrekken van wetenschappelijke papers is geen ongewoon verschijnsel, en gerenommeerde figuren in de organische synthese, zoals Dalibor Sames, Kenichiro Itami, en zelfs Nobelprijswinnaar Frances Arnold, zijn niet gespaard gebleven van dergelijke controverses. Deze kwestie brengt niet alleen enorme reputatieschade met zich mee, maar kan ook de toekomstige carrières van promovendi en postdocs die in dergelijke groepen werken, ernstig schaden. 

Wat drijft dit gedrag? Het lijkt vooral te worden aangewakkerd door de drang naar prestigieuze publicaties op het CV. Het streven naar publicaties in vooraanstaande tijdschriften zoals Nature en Science kan carrières maken, vooral in een uiterst competitieve academische wereld. De verleiding om resultaten op te kloppen om indrukwekkender over te komen en acceptatie te garanderen, kan soms onweerstaanbaar lijken. Bovendien leggen sommige leidinggevenden buitensporige druk op hun studenten, wat het creatief omgaan met resultaten stimuleert. Hoe vaak horen we niet dat negatieve resultaten als onpubliceerbaar worden beschouwd? Het ontbreken van publicaties betekent vaak geen PhD-titel of geen droombaan. 

‘Het kan een bescheiden opbrengst zijn, maar wel een eerlijke’ 

Maar is dit alles de moeite waard? In mijn ogen zeker niet. In gerenommeerde tijdschriften staan de schijnwerpers op je werk en overdrijvingen worden snel ontdekt door onderzoekers die voortbouwen op jouw werk. Dit heeft niets te maken met echte wetenschap. Fake it till you make it, hét adagium van Silicon Valley CEO’s, hoort niet thuis in de academische wereld. 

Hoe kunnen we het beter doen? Er zijn tal van manieren om foutieve resultaten te vermijden, en het draait allemaal om het implementeren van voldoende controle-experimenten. Bijvoorbeeld, in de Buchwald groep (MIT) is het standaardprocedure om elk experiment dubbel uit te voeren. In mijn eigen onderzoeksgroep hebben meerdere studenten gewerkt aan dezelfde synthetische methode, waardoor fouten snel worden opgespoord. Ik pleit vaak voor de mantra: ‘Het kan een bescheiden opbrengst zijn, maar in ieder geval een eerlijke.’ Onlangs hebben we een robotisch platform, genaamd RoboChem, geïntroduceerd waarmee we fotokatalytische methoden kunnen optimaliseren en valideren.

Op deze manier kunnen we de reproduceerbaarheid van elke synthetische methode in de toekomst waarborgen. Dit komt niet alleen onze reputatie ten goede, maar zorgt er ook voor dat ons werk snel kan worden toegepast in de chemische industrie. Bovendien zijn zowel positieve als negatieve resultaten van onschatbare waarde om toekomstige algoritmes te voeden, hoewel dit op dit moment helaas nog niet mogelijk is met wat er in de literatuur is gepubliceerd.  

Kost het waarborgen van reproduceerbaarheid veel tijd? Misschien wel, maar bekijk het simpelweg als een extra troef voor je publicatie! 

 

Timothy Noël is hoogleraar flowchemie aan de Universiteit van Amsterdam

Reageren? redactie@kncv.nl