Solar-Jet heeft zijn eerste zonnekerosine geproduceerd. Niet meer dan een glaasje maar de proof of principle is geleverd, meldt de voorlichter van dit Europese project in een persbericht.

Dat principe houdt in dat je zonne-energie gebruikt om synthesegas (dus CO en H2) te maken uit CO2 en H2O. Van dat syngas kun je vervolgens vloeibare brandstoffen naar keuze maken via een Fischer-Tropschproces. Die laatste stap is oud nieuws, de eerste is een stuk lastiger.

Solar-Jet wil daarvoor een reactor gebruiken die ontwikkeld is aan de ETH in Zürich. Het eerste ontwerp werd in 2010 gepresenteerd in Science. De Zwitsers maken gebruik van de gevoeligheid van cerium(IV)oxide (CeO2) voor zeer hoge temperaturen. Een deel van de Ce4+ gaat dan over in Ce3+, en ter compensatie wordt een deel van de zuurstofionen omgezet in gasvormig O2 dat uit het kristalrooster ontsnapt. Koelt het materiaal weer af, dan krijg je opnieuw Ce4+ terwijl het rooster willekeurige zuurstofkernen uit de omgeving zuigt om de gaten weer te vullen.

De ETH-reactor concentreert dus invallend zonlicht tot een intense bundel die een blok CeO2 gloeiend heet stookt. Met een inert gas, bijvoorbeeld argon, wordt de vrijkomende zuurstof uit de reactor verdreven. Vervolgens laat je de reactor weer afkoelen, waarna je hem vult met een mengsel van CO2 en H2O dat door het ceriumoxide prompt van een deel van zijn zuurstof wordt ontdaan. Het resterende syngas tap je af, waarna je aan een nieuwe cyclus kunt beginnen.

Het Solar-Jetproject (voluit: Solar chemical reactor demonstration and Optimization for Long-term Availability of Renewable JET fuel) ging eind 2011 van start, met 2,2 miljoen euro aan EU-subsidie. Naast de ETH doet onder meer Shell Global Solutions mee, dat de Fischer-Tropschtechnologie inbrengt.De looptijd is vier jaar.

Hoe ver men nog af is van een praktisch bruikbare uitvoering van dit proces, wordt uit de berichtgeving helaas in het geheel niet duidelijk.

bron: Solar-Jet.

Onderwerpen