'Mooi weer. Laten we gaan picknicken in de bergen'

Dinosauriërs trokken ’s zomers de bergen in en kwamen ’s winters weer naar het dal terug. Dat valt af te lezen aan de zuurstofisotopen in hun tandglazuur, beweren Amerikaanse geochemici in Nature.

Henry Fricke (Colorado College) en collega’s maten de verhouding tussen de isotopen zuurstof-16 en zuurstof-18 in het glazuur van 32 Camarasaurus-tanden, gevonden in het Morrison-bassin in de staten Utah en Wyoming. Die verhouding hoort overeen te komen met die in het water dat deze planteneters dronken terwijl hun tanden groeiden.

En daarbij moet je weten dat die verhouding afhankelijk is van de hoogte. Het water is immers afkomstig uit regen. Die regen ontstaat onder meer wanneer wolken door de luchtstroming tegen een helling worden opgedrukt, waardoor ze afkoelen en hun waterdamp deels condenseert. Watermoleculen die zuurstof-18 bevatten zijn wat zwaarder en komen net iets sneller naar beneden, dus aan het begin van de helling. Vandaar.

Vervolgens vergeleken ze de verhouding in de tanden met die in rotsen, die ooit zijn ontstaan uit sedimenten in datzelfde water. Daar kwam uit dat sommige van die tanden moeten zijn gegroeid in de bergen, en andere in het dal.

Gedetailleerd onderzoek van tanden uit één enkele Camarasaurus-schedel wees vervolgens uit dat ze zijn gevormd terwijl de eigenaar bezig was de bergen in te lopen: er blijkt een isotopengradiënt in te zitten waarbij het laatst gevormde glazuur het minste zuurstof-18 bevat.

Het duurt een maand of 5 eer zo’n tand volledig is geglazuurd, dus dino is al die tijd bergop blijven lopen. Maar het feit dat de tanden uiteindelijk in het dal zijn gevonden, bewijst dat hij ook weer moet zijn teruggegaan.

Zodat het voor de hand ligt om aan te nemen dat de dieren elk jaar heen en weer gingen, net zoals hun gevederde afstammelingen heden ten dage nog steeds doen. De geografie ter plekke suggereert dat het een tocht van minstens 300 kilometer (enkele reis) moet zijn geweest. Mogelijk deden de dino’s het omdat het ’s zomers te droog was in het dal en ’s winters te koud in de bergen, maar dat valt nu moeilijk meer te achterhalen.

bron: naturenews

Onderwerpen