Toezichthoudende instanties hebben veel te lang veel te veel meegedacht met het management van Odfjell, in plaats dat ze ingrepen. Vandaar dat de veiligheidssituatie bij het Rotterdamse tankopslagbedrijf zo uit de hand kon lopen, schrijft de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een rapport dat vooral voor de overheid vernietigend is.

Het rapport doet geen harde uitspraken over het toezicht op de rest van de chemische industrie, maar suggereert wel heel sterk dat de tekortkomingen een gevolg waren van de heersende cultuur binnen de toezichthouders. En het stelt wel keihard dat het toezicht op zogeheten Brzo-bedrijven, met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen op het terrein, gewoon niet goed geregeld is: ‘Er is geen sprake van een helder institutioneel kader voor Brzo-toezicht, omdat er sprake is van gedeelde verantwoordelijkheid, fragmentatie in het toezicht, overlappende bevoegdheen onduidelijke wettelijke verplichtingen.’ De kans dat er nog meer schandalen opduiken lijkt dus tamelijk groot.

Aan Odfjell zelf viel niet veel meer te vernietigen. Zoals bekend is het bedrijf een klein jaar geleden stilgelegd nadat een hele reeks veiligheidsgebreken in de openbaarheid was gekomen en de overheid niet anders meer kón doen dan ingrijpen.

De Onderzoeksraad bevestigt nu wat iedereen inmiddels al wist, namelijk dat veiligheid geen integraal onderdeel van de bedrijfsvoering vormde en dat een gevoel van urgentie ontbrak. ‘In de onderzochte periode, 2000 tot 2012, is het management van Odfjell Rotterdam niet in staat gebleken een veiligheidsaanpak te ontwikkelen en prioriteiten te stellen om het gewenste veiligheidsniveau te bereiken. De structurele beheersing van de veiligheidsproblemen blijft achterwege. Daarmee is het management tekortgeschoten in zijn verantwoordelijkheid op het gebied van veiligheid’, zo vat een persbericht het samen. ‘Het verwondert de Raad dat een bedrijf dat op grote schaal omgaat met gevaarlijke stoffen zo lang is doorgegaan onder de geschetste onveilige omstandigheden.’

Maar het rapport van 255 pagina’s bevestigt ook wat iedereen tot nu toe alleen maar aan zijn water voelde, namelijk dat de toezichthouders al die tijd (12 jaar dus) op de hoogte waren maar niets deden. Vooral de Milieudienst Rijnmond DCMR krijgt er van langs. Die ‘ging uit van een goede relatie in de veronderstelling dat dit de meest effectieve manier is om de veiligheid bij het bedrijf te kunnen waarborgen.’

De Volkskrant citeert in de verband de voorzitter van de Raad, Tjibbe Jouwstra. Die stelt dat de toezichthouders, de DCMR voorop, jarenlang ‘genoegen namen met lege beloften’. Er werd te veel met het bedrijf meegedacht en overlegd, door het bijvoorbeeld een plan van aanpak te laten opstellen. ‘Dan wordt het moeilijk om kritisch te blijven.’

ZIjn rapport suggereert dat het toenmalige Odfjell-management meesterlijk de kunst beheerste om te doen alsof het constructief meedacht, terwijl het in werkelijkheid helemaal niet van plan was om hetleven te beteren.

De andere twee toezichthouders, de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) en de Inspectie SZW krijgen ook een veeg uit de pan. De eerste ‘trad niet handhavend op en sloot zich aan bij de aanpak van de DCMR. De Inspectie SWZ hanteerde een strengere handhavingsaanpak, maar schaarde zich in de periode 2009-2011 ook achter de aanpak van de DCMR.’

In een reactie laat de VRR al meteen weten de conclusies niet aan te vechten. Ze zegt haar lesje te hebben geleerd. Dat geldt hopelijk ook voor de DCMR, die ’trekt zich de bevindingen aan’ . De Inspectie SZW moet nog reageren.

Wat Odfjell zelf betreft: inmiddels heeft zich een nieuwe investeerder gemeld en wordt hard gewerkt aan een grondige opknapbeurt die het mogelijk moet maken de tankterminal weer in bedrijf te nemen, en dit keer wél op een veilige manier. Het bedrijf moet niet langer de schlemiel van de Rotterdamse haven zijn, liet directeur Theo Olijve deze week weten in het Financieele Dagblad.

Olijve, die afkomstig is van LyondellBasell en pas twee weken geleden door het Noorse hoofdkantoor van Odfjell werd aangesteld als locatiedirecteur annex puinruimer, denkt wel te weten hoe het in het verleden zo mis kon gaan. ‘Odfjell is oorspronkelijk een reder van zeetankers waar kapiteins verantwoordelijk zijn voor hun schip. Ik denk dat er onvoldoende aandacht is geweest vanuit het hoofdkantoor om te zorgen dat de kapitein in Rotterdam de juiste koers heeft gehouden.’

bron: Volkskrant, FD, Onderzoeksraad voor Veiligheid

Onderwerpen