Hoeveel muizen kan een richtlijn verdragen?

De Europese Commissie heeft in 2006 een intern rapport onder de pet gehouden dat voorspelde dat de stoffenrichtlijn REACH driemaal zo veel proefdieren zou gaan kosten als in de officiële cijfers stond. Dit om te voorkomen dat de richtlijn door het Europese Parlement zou worden afgeschoten, zo vermoedt de auteur van het rapport, toxicoloog Thomas Hartung.

Tegenover de redactie van Nature, die het verhaal op de website heeft gezet, heeft de Commissie Hartungs beschuldigingen nadrukkelijk van de hand gewezen.

Hartung zit tegenwoordig bij Johns Hopkins University in de VS. Maar vroeger was hij hoofd van het European Centre for the Validation of Alternative Methods (ECVAM) in Ispra, Italië. ECVAM doet onderzoek naar alternatieven voor dierproeven. Het maakt deel uit van het Joint Research Centre (JRC), dat de Europese Commissie adviseert.

Vorig jaar publiceerde Hartung een opiniestuk in datzelfde Nature waarin hij voorspelde dat voor REACH 54 miljoen proefdieren zouden moeten sneuvelen, vele malen meer dan verwacht. Daardoor zou de richtlijn in de praktijk onuitvoerbaar worden.

Die schatting is sindsdien van alle kanten afgeschoten als zijnde ongefundeerd. Baar Hartung kreeg vooral problemen omdat hij voor publicatie formeel toestemming van de JRC had moeten vragen. Dat had hij niet gedaan.

Tijdens het onderzoek naar deze overtreding van de regels kwam het rapport uit 2006 boven water. Op dat moment werd officieel gerekend met een behoefte aan 2,1 tot 3,9 miljoen proefdieren om de toxiciteit te kunnen testen van alle stoffen, die onder REACH gingen vallen. Maar de studies waar die cijfers uit voortkwamen, waren niet peer reviewed. En Hartung was lang niet de enige toxicoloog die er openlijk aan twijfelde.

De JRC gaf Hartung opdracht voor een nieuwe studie. Die verscheen in september 2006, na een peer review van experts uit zowel de academische als de industriële hoek. En daar stond in dat je eerder op 8 tot 9 miljoen proefdieren moest rekenen. Onder meer vanwege een nieuwe eis om reproductietoxiciteit tot in de tweede generatie te onderzoeken, maar ook omdat eerdere studies de mogelijkheden voor computersimulaties veel te optimistisch hadden ingeschat.

De nieuwe getallen werden door collega-toxicologen een stuk geloofwaardiger geacht. Twee onafhankelijke studies kwamen trouwens op ongeveer hetzelfde uit. Maar tot Hartungs verbazing gaf de JRC het rapport niet vrij. En toen het Europese Parlement in december 2006 REACH definitief goedkeurde, wist men daar nog steeds niet beter dan dat er hooguit 3,9 mijoen dierenlevens nodig waren, wat ondanks stevige twijfels door een meerderheid acceptabel werd geacht.

Het jaar daarop schijnt nog wel eventjes een samenvatting van Hartungs rapport op internet te hebben gestaan, maar anno 2010 vind je alleen die 2,1 à 3,9 miljoen nog terug.

In een reactie laat de Commissie weten: “No research was ‘suppressed’. The Commission’s assessments are never the view of one individual, but are arrived at by thorough internal processes of peer review and quality assurance, followed in this case.”

Maar Nature heeft het ook nagevraagd bij Jukka Malm, director of assessment bij het European Chemicals Agency (ECHA) in Helsinki, dat de implementatie van REACH coördineert. Malm laat weten dat ECHA inderdaad niets afwist van het bestaan van de studie uit 2006, maar dat uit eigen onderzoek inmiddels óók dat getal van 9 miljoen proefdieren naar voren is gekomen.

Wat het Europese Parlement met deze onthullingen gaat doen, is even afwachten.

bron: naturenews

Onderwerpen