Geen gaatjes.

Aan DNA uit versteende tandplaque kun je precies aflezen wat onze verre voorouders zoal aten. Dat melden Britse en Australische onderzoekers deze week in Nature Genetics.

Belangrijker is dat je er óók uit kunt aflezen dat de biodiversiteit onder mondbacteriën oorspronkelijk veel groter was, en dat de soorten die cariës veroorzaken oorspronkelijk heel zeldzaam waren.

De onderzoekers hebben de tanden afgeschraapt van 34 skeletten, waarvan de oudste zo’n 7.500 jaar oud waren en de jongste zo’n 400 jaar. Uit de verkalkte plaque isoleerden ze alle bacteriële DNA dat ze konden vinden, haalden dat door de sequencer en probeerden uit de resultaten af te leiden welke soorten er in die plaque hebben gezeten.

Ter vergelijking onderwierpen ze 13 monsters van eigentijdse plaque (wellicht van hun eigen tanden) aan dezelfde procedure.

Conclusie: de mondflora is duidelijk veranderd op het moment dat de mensheid de rol van jager/verzamelaar inruilde voor die van landbouwer, waarbij veel meer koolhydraten in de vorm van zetmeel op het menu kwamen te staan. Daarna bleef de bacteriepopulatie minstens tot het einde van de Middeleeuwen ongeveer constant. Tegenwoordig is hij echter weer anders, wat wel eens zou kunnen liggen aan de Industriële Revolutie van rond 1850.

Bij die laatste gelegenheid moeten gaatjesvormers de overhand hebben gekregen. De fabrieksmatig geraffineerde riet- en bietsuikers, die toen voor het eerst op de markt kwamen, bevatten relatief veel mono- en disacchariden. Juist daarop gedijen microben die de pH verlagen en het tandglazuur laten demineraliseren.

De onderzoekers tekenen er bij aan dat ze 17 jaar met het onderzoek bezig zijn geweest. Tot 2007 warn de resultaten echter onbetrouwbaar omdat ze besmetting van de monsters met eigentijdse bacteriën niet voldoende konden uitsluiten. Pas sinds 2007 beschikken ze over cleanrooms die usdanig goed zijn dat de meetresultaten kunnen worden beschouwd als betrouwbaar.

bron: University of Adelaide

Onderwerpen