Vat 68660, van gepaste afstand gefotografeerd.

Biologisch afbreekbare kattenbakkorrels hebben de enige Amerikaanse opslagplaats voor militair plutoniumafval minstens twee jaar buiten gevecht gesteld. Dat gerucht zong al een tijdje rond maar de eigenaar, het ministerie van Energie (DoE) heeft het nu officieel bevestigd.

In de Waste Isolation Pilot Plant (WIPP) bij Carlsbad, New Mexico, staan vaten met zwaar radioactieve restjes plutonium en andere transuranen. Ze worden opgeslagen in nissen die zijn uitgehakt in een zoutlaag, en het idee is dat ze door natuurlijke geologische processen geleidelijk helemaal door dat zout zullen worden ingekapseld.

Maar in februari 2014 moest het hele complex worden geëvacueerd nadat sensoren in het ventilatiesysteem een verhoogde radioactiviteit hadden vastgesteld. Kennelijk was er een afvalvat vóór het inkapselen ontploft. Achteraf bleek het afkomstig van Los Alamos National Laboratory, eveneens een filiaal van het DoE dat nauwe banden heeft met de krijgsmacht.

Inmiddels weet DoE vrijwel zeker wat er gebeurd moet zijn. Om vocht te absorberen bevat elk vat, naast afval, ongeveer 26 kg kattenbakkorrels. En het merk korrels staat nergens voorgeschreven, waarschijnlijk in de gedachte dat die dingen toch allemaal uit dezelfde inerte klei bestaan.

Maar in dit geval heeft iemand ecologisch bewust willen zijn, en korrels van het merk ShweatScoop gebruikt. Die bestaan niet uit klei maar uit tarwezetmeel, inclusief de natuurlijke enzymen uit de graankorrels die geacht worden geurtjes te neutraliseren. Ze worden verkocht met het argument dat ze biologisch afbreekbaar zijn, en dus na gebruik gewoon door het toilet mogen worden gespoeld.

Maar helaas waren deze korrels ‘chemisch incompatibel’ met de rest van de inhoud van vat nummer 68660. Daar zat onder meer een mix in van salpeterzuur en plutoniumnitraat, die met triethanolamine was geneutraliseerd om de pH op een voor WIPP aanvaardbaar niveau te krijgen. Met de koolwaterstoffen uit de korrels erbij leverde dat een mix op van brandstoffen en oxidatoren op die op papier goed was voor een hele reeks exotherme reacties: zie voor een volledige opsomming pagina 23-25 van het technische rapport . Wat er exact gebeurde is niet meer te achterhalen, wel dat de warmte niet weg kon, zodat het proces steeds sneller ging. Na 70 dagen was de drukopbouw in het vat voldoende om het deksel er af te laten vliegen.

In het vat zelf kijken en monsters nemen is vanwege de radioactiviteit niet mogelijk. Maar de hypothese wordt bevestigd door de vondst van restjes natriumcarbonaat die kennelijk uit het vat zijn gespat, en die een logisch product van de reactie zijn. Bovendien hebben laboratoriumproeven bevestigd dat de in het vat aanwezige mix van kattenbakkorrels, metaalnitraten en andere reagentia (waaronder triethanolamine als buffer) inderdaad al bij lage temperaturen reactief genoeg is om zichzelf op te warmen.

Volgens de autoriteiten is er te weinig radioactiviteit vrijgekomen om een gevaar op te leveren voor de volksgezondheid, al heeft het wél duidelijk gemaakt dat er een ontwerpfoutje in het ventilatiesysteem zat zodat het niet echt hermetisch kon worden afgesloten. Dat is inmiddels verholpen. Volgens de huidige planning kan begin 2016 de opslag weer worden hervat.

Of er nog meer vaten zijn gevuld met die zetmeelkorrels, wordt er helaas niet bij vermeld.

bron: World Nuclear Association

Extra documenten

Klik op de link om deze bestanden te downloaden en te bekijken