Rubber polsbandjes zijn ideaal voor langdurige bemonstering van de lucht waaraan de drager blootstaat. Vooral omdat die drager na een tijdje niet eens meer beseft dat hij het hippe ding om heeft, schrijven onderzoekers van Oregon State University in Environmental Science and Technology.

Nu worden dat soort metingen nog meestal gedaan met actieve monstername-apparaten op batterijen, in een rugzakje. Daar heb je dus wél heel nadrukkelijk last van.

Het idee is dat het siliconenrubber, waarvan zulke polsbandjes worden gemaakt, van nature een zekere sponswerking vertonen. Roetdeeltjes vangen ze niet, vluchtige organische stoffen des te beter. Die stoffen kun je achteraf extraheren met oplosmiddelen, waarna je met gaschromatografie en massaspectrometrie op z’n minst de identiteit van die stoffen kunt achterhalen. Je krijgt tevens een eerste idee van de relatieve hoeveelheden; exacte concentraties meten zal wel wat lastiger worden omdat zo’n bandje lastig is te ijken.

Kim Anderson en collega’s probeerden het uit met 30 vrijwilligers die elk gedurende 30 dagen een polsbandje meekregen. Na afloop konden 49 verbindingen worden geïdentificeerd, waaronder ftalaten, pesticiden, cosmetica-ingrediënten, PAK’s en zelfs caffeïne.

Een andere proef liet zien dat je in principe de blootstelling van wegenbouwers aan de dampen uit hun hete asfalt kunt monitoren. In de polsbandjes werden na een 8-urige werkdag 25 gewone PAK’s en twee gefluoreerde varianten aangetroffen, waarbij je ook nog kon zien dat de blootstelling afhing van de mate van ventilatie.

Bij het volgende onderzoek worden de polsbandjes meegegeven aan zwangere vrouwen, om te zien of je zo hun blootstelling kunt meten aan PAK’s die schadelijk zouden kunnen zijn voor hun ongeboren vrucht.

bron: C&EN

Onderwerpen