Links het medicijn voriconazol, rechts het landbouwgif epoxiconazol.

Dat menselijke schimmelinfecties steeds slechter reageren op medicijnen, komt hoogstwaarschijnlijk doordat landbouw en industrie hun eigen schimmmels bestrijden met iets dat sprekend op die medicijnen lijkt. In elk geval is de toenemende resistentie zo perfect te verklaren, stellen microbiologen van het UMC St. Radboud in PLoS ONE.

Het betreft infecties met de schimmel Aspergillus fumigatus. Die waren altijd prima te bestrijden met zogeheten triazolen, maar ze blijken daar steeds vaker resistent tegen te zijn.

Die resistentie blijkt te worden veroorzaakt door mutaties in een gen genaamd cyp51A, dat codeert voor een doelwitenzym van de triazolen. Het oudste Nederlandse schimmelkweekje met die mutatie dateert uit 1998; toen was het uitzonderlijk maar inmiddels komt de mutatie wereldwijd steeds vaker voor.

In principe kan deze vorm van resistentie de kop opsteken tijdens, en als gevolg van, een schimmelkuur met medische triazolen. Maar Paul Verweij en collega’s vroegen zich af of het ook niet kon komen door grootschalig gebruik van schimmeldodende middelen in landbouw en industrie. Die zijn bedoeld om ándere schimmels te bestrijden dan A. fumigatus, een soort die voor planten niet schadelijk is. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze geen effect op die A. fumigatus hebben - al die schimmels gebruiken immers ongeveer dezelfde enzymen.

De onderzoekers bekeken 31 van de 33 fungiciden, die tussen 1970 en 2005 door het College voor Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB) zijn vrijgegeven voor gebruik in Nederland. Daar bleken 17 triazolen tussen te zitten waarvan er 5 (propiconazol, bromuconazol, tebuconazol, epoxiconazol and difenoconazol) een functionele groep hebbn die sterk lijkt op die van medische triazolen.

Zelfs zo sterk dat deze fungiciden zich op precies dezelfde manier kunnen hechten aan het cyp51-enzym van A. fumigatus, en dat niet meer kunnen zodra bovengenoemde mutaties zijn opgetreden.

Dat ze allevijf tussen 1990 en 1996 op de markt zijn geïntroduceerd, dus vlak voordat de problemen met de resistentie begonnen, kan haast geen toeval meer zijn.

Verweij geeft toe dat het nog geen keihard bewijs is. Maar het geeft wel aan dat het geen kwaad kan om onverwachte bijwerkingen van landbouwgif voortaan wat beter in de gaten te houden.

bron: UMC St. Radboud

Onderwerpen