Methylkwik.

Verrassend veel bacteriën bezitten genen voor de productie van toxisch methylkwik. Dat kan voor nare verrassingen zorgen als bijvoorbeeld de permafrost verder ontdooit, stellen onderzoekers van Oak Ridge National Lab in Science Advances.

Het goede nieuws is dat menselijke darmbacteriën er niet of nauwelijks over beschikken.

Anders dan metallisch kwik kan methylkwik (CH3Hg+) door levend weefsel worden opgenomen. Het hoopt zich op in de voedselketen, met name in vis. En hoewel nog niet exact bekend is wat het in mensen allemaal uitricht, is wel duidelijk dat het zwaar toxisch is.

Dat methylkwik wordt gegenereerd door anaerobe bacteriën, uit elementair kwik dat onder meer vrijkomt bij verbranding van steenkool uit elektriciteitscentrales. Gewoonlijk lijkt dat maar heel langzaam te gaan, en je zou dus denken dat zulke bacteriën zelden voorkomen.

Sinds kort is bekend welke genen precies verantwoordelijk zijn voor deze methylering, en Dwayne Elias en collega’s hebben nu bestaande data doorzocht om te zien hoe vaak ze achteraf de DNA-codes konden terugvinden voor de belangrijkste twee, hgcA en hgcB. In totaal bekeken ze ruim 3.500 ‘metagenomen’, dat wil zeggen de optelsom van alle DNA dat je op een bepaalde locatie aantreft.

Ongeveer 1.500 van die metagenomen waren afkomstig uit de darmen van mensen en andere zoogdieren, en daar vind je die genen vrijwel niet. Beweringen dat mensen zelf methylkwik aanmaken, zullen dus wel niet kloppen.

In goed beluchte omgevingen, waar anaerobe bacteriën een probleem hebben, vind je die genen ook niet. Maar op heel veel slecht beluchte locaties wel, en dan vind je ook meteen een hoop varianten van die genen als teken dat ze afkomstig zijn van verschillende bacteriefamilies. Het versterkt het vermoeden dat die genen nog een andere taak hebben die zo belangrijk is dat bacteriën niet zonder kunnen, en de grote vraag is nu welke taak dat is.

Onder de vindplaatsen zijn anaerobe bioreactoren, spijsverteringskanalen van ongewervelde dieren, zuurstofarm water vlak voor de kust, en ontdooiende permafrost. Vooral dat laatste is een risico. Het kwik uit die centrales komt ook daar neer, en zolang de ondergrond bevroren was blijft het meeste liggen. Maar zodra die ondergrond verandert in een zompig moeras krijgen anaerobe bacteriën ineens de kans om de achterstand in te lopen, en loop je de kans dat het methylkwikgehalte van het hele ecosysteem ineens pijlsnel oploopt.

Of daar nog iets aan valt te doen is de vraag, maar we zijn in elk geval gewaarschuwd.

bron: Oak Ridge Lab