In Engeland is een katalysator ontwikkeld die ethanol efficiënt omzet in butanol. Daarmee kan de biobrandstoffenindustrie overschakelen op butanol zonder haar bestaande fabrieken te hoeven ombouwen, zo werd gesteld tijdens het voorjaarscongres van de American Chemical Society.

Op die overschakeling wordt de laatste tijd nogal aangedrongen. Butanol komt qua eigenschappen veel dichter bij benzine dan ethanol, en kunststof brandstofleidingen worden er veel minder door aangetast. Alleen is butanol het product van een heel ander fermentatieproces dat de industrie nog lang zo goed niet in de vingers heeft als klassieke ethanolfermentatie. Ethanolfabrieken ombouwen moet in principe wel kunnen, maar is nogal kostbaar.

Met finanicële steun van BP heeft de groep van Duncan Wass aan de University of Bristol nu een homogene ruthenium-difosfinekatalysator ontwikkeld, die ethanol omzet in een mengsel dat voor meer dan 95 procent uit n-butanol bestaat. Het reactiemechanisme is nog niet met zekerheid opgehelderd maar het lijkt er op dat de condensatie op het metaalion plaatsheeft.

Of dit nu echt goedkoper is dan zo’n ethanolfabriek ombouwen, moet nog worden afgewacht.

bron: American Chemical Society

 

Onderwerpen