Ricinolzuur.

Na 3.500 jaar is eindelijk duidelijk waarom wonderolie zo’n krachtig laxeermiddel is. Het darmepitheel en de baarmoederwand blijken er speciale receptoren voor te hebben, schrijft Stefan Offermanns (Max-Planck-Institut für Herz- und Lungenforschung, Bad Nauheim) op de website van PNAS.

De auteurs suggereren dat het vooral leuk is om te weten wanneer je een synthetisch laxeermiddel wilt ontwikkelen.

Tot nu toe was alleen bekend dat wonderolie smerig smaakt, de darmen binnenstebuiten keert en bij zwangere vrouwen weeën opwekt. Ook was duidelijk dat het een trigliceride is met ricinolzuur (9Z, 12R)-12-hydroxyoctadec-9-eenzuur) als voornaamste component. Maar het verband tussen die eigenschappen kon niemand ooit achterhalen.

Offermanns en collega’s hebben nu in vitro een hele reeks celculturen behandeld met ricinolzuur. Ze namen Ca2+-gradiënten waar, een aanwijzing dat er ergens een receptor aan het werk moest zijn. Waarschijnlijk een G-proteïnegekoppelde receptor (GPCR).

De meeste respons kwam van een menselijke leukemiecellijn genaamd MEG-01, dus daarmee experimenteerden ze verder. Ze probeerden er een bibliotheek op uit met ‘small interfering RNA’s’ (siRNA’s) die alle bekende en voorspelde GPCR’s konden platleggen. Zo vonden ze uit dat twee van die receptoren genaamd EP3 en EP4 de boosdoeners moesten zijn.

Proeven met muizen die de genen voor een of twee van deze receptoren misten, toonden tenslotte aan dat vooral EP3 verantwoordelijk is voor de kramp. Die receptor blijkt namelijk niet alleen op het darmepitheel voor te komen maar ook op de gladde spiercellen die de darm omringen.

De rol van EP4 is onduidelijk: muizen zonder die receptor blijven net zo gevoelig voor wonderolie als ongewijzigde soortgenoten. Interessant is ook dat moleculen die sterk op ricinolzuur lijken, zoals de trans-isomeer, geen effect op een van beide receptoren hebben.

bron: ScienceNow, PNAS

Onderwerpen