Het eiwit bestaat uit een V-vormig eiwit met twee fluorescerende groepen aan de uiteindes.

Groningse onderzoekers hebben een methode ontwikkeld om te meten hoeveel macromoleculen er in een cel zitten, melden zij in Nature Methods.

Deze zogenaamde ‘crowding’ beïnvloedt veel reacties in de cel, maar moest tot nu toe altijd worden geschat. En dat terwijl veel eigenschappen van een cel worden bepaald door het aantal aanwezige moleculen. Daarom heeft Bert Poolman van de Rijksuniversiteit Groningen deze techniek bedacht.

Aan de uiteinden van een eiwit zijn twee fluorescerende groepen geplaatst en dit systeem is in een cel gezet. Bij drukte in de cel worden deze groepen dicht naar elkaar toe gedrukt, als een soort springveer. Een van de groepen wordt vervolgens met een laser beschoten. Het blauwe licht dat deze groep normaal gesproken zou uitzenden, wordt opgevangen door de andere groep. Deze groep zal dan geel licht gaan uitzenden. Dit wordt Förster Resonance Energy Transfer (FRET) genoemd.

Dit effect zien ontstaat alleen als de groepen dicht bij elkaar staan. In een rustige cel wordt alleen het blauwe licht van de eerste groep uitgezonden. Het andere uiteinde kan het licht niet opvangen omdat het te ver weg staat. Door de ratio blauw en geel licht te vergelijken kun je bepalen hoe druk het in de cel is.

Het systeem werkt al in cellen van zoogdieren en bacteriën. In de toekomst kan het misschien gebruikt worden om de verschillen tussen cellen in het lichaam te bekijken.