Voor het eerst is een bacterie met succes voorzien van een gen dat codeert voor fluorinase. Hij kan nu fluorosalinosporamide aanmaken, een verbinding die mogelijk te gebruiken is als medicijn. Het werkt nog niet geweldig maar het is een begin, zo melden David O’Hagan (University of St. Andrews, Schotland) en enkele Amerikaanse collega’s in het Journal of Natural Products.

In synthetische geneesmiddelen wordt fluor op ruime schaal toegepast; naar schatting 15 procent van alle medicijnen bevat minstens één fluoratoom. In de natuur komen zulke verbindingen echter nauwelijks voor. Tot nu toe zijn er precies vijf geïdentificeerd.

Verantwoordelijk voor die natuurproductie zijn fluorinase-enzymen, die in staat zijn fluorionen aan koolstof te koppelen. In 2002 is dat enzym voor het eerst geïsoleerd uit de bodembacterie Streptomyces cattleya. En O’Hagan heeft het verantwoordelijke gen nu weten te monteren in een andere bacteriesoort, Salinospora tropica, die zich beter leent voor grootschalige fermentatie.

S. tropica maakt van nature salinosporamide A aan. Deze gechloreerde verbinding zit momenteel in de eerste fase van de klinische tests als therapie tegen multipel myeloom, een vorm van kanker die het beenmerg aantast.

Door de modificatie gaat S. tropica een variant aanmaken waarin chloor door fluor is vervangen en die daarom fluorosalinosporamide is gedoopt. Aangezien de halogeenkern een rol lijkt te spelen bij de medicinale werking, mag je verwachten dat de modificatie die werking beinvloedt. Of dat een vooruitgang is, is een kwestie van afwachten.

Mogelijk is ook iets bruikbaars te maken van de gefluoreerde tussenproducten, die dankzij het nieuwe gen in de bacterie ontstaan.

Voorlopig is de opbrengst van de fermentatie nog gering. Volgens O’Hagan komt dat doordat fluoride toxisch is voor de gemodificeerde bacterie. Hij gaat nu in het resterende DNA van S. cattleya zoeken naar genen die zorgen voor fluorideresistentie.

bron: C&EN

Onderwerpen