Een nieuw analyseprotocol kan uitwijzen wie verantwoordelijk is voor het perfluoroctaanzuur (PFOA) dat zich momenteel ophoopt in ijsberen. Dat stellen Canadese, Chinese en Japanse onderzoekers in het tijdschrift Environmental Science and Technology.

Momenteel zijn er twee theorieën over dat perfluoroctaanzuur. De ene is dat het ooit gelekt is uit fabrieken van 3M. Dat bedrijf heeft de productie tien jaar geleden al gestaakt vanwege zorgen over de toxiciteit, maar PFOA wordt vrijwel niet afgebroken en de vervuiling van toen kan via oceaanstromingen inmiddels gemakkelijk de Noordelijke IJszee hebben bereikt.

De andere theorie is dat het ontstaat door afbraak van vluchtige fluortelomeeralcoholen (FTOH’s), die onder meer voor coatings worden gebruikt. Die zouden via de atmosfeer naar de Noordpool waaien, om daar vervolgens door het zeewater te worden geabsorbeerd.

Volgens de onderzoekers kun je die twee bronnen uit elkaar houden door te kijken welke isomeren van PFOA precies aanwezig zijn. 3M gebruikte namelijk een elektrochemisch productieproces dat een mix opleverde van lineaire en vertakte isomeren, in een vrij constante verhouding. FTOH-fabrikanten, waatonder DuPont, werken met een telomerisatieproces waar alléén lineaire moleculen uit komen.

Met vloeistofchromatografie, gevolgd door tandem-massaspectrometrie, blijk je die isomeren uit elkaar te kunnen houden.

De onderzoekers hebben het nog niet uitgeprobeerd in het hoge noorden, maar wel in geïndustrialiseerde gebieden in Noord-Amerika, Azië en Europa. Daar kwam uit dat het oude 3M-proces vrijwel overal verantwoordelijk is voor 80 procent van de vervuiling, behalve in de baai van Tokio waar tweederde uit FTOH lijkt te komen.

Overigens zijn ze sowieso niet van plan om de ijsberen zelf te bemonsteren, aangezien eerdere studies hebben laten zien dat biologische processen de isomeerverhouding kunnen veranderen. Watermonsters nemen is dus om meer dan één reden een stuk veiliger.

bron: C&EN

Onderwerpen