Diclofenac.

De afbraak van resten diclofenac uit afvalwater verloopt 10 keer efficiënter wanneer je bacteriën toevoegt die mangaanoxide produceren, in plaats van synthetisch mangaanoxide. Dat melden Willy Verstraete (Universiteit Gent) en collega’s in het tijdschrift Environmental Science and Technology.

Diclofenac is een ontstekingsremmer annex pijnstiller, die veel wordt gebruikt en dus ook in relatief grote hoeveelheden in het afvalwater belandt. De stof is vooral berucht vanwege het effect op de nieren van sommige vogels. In India en Pakistan zijn grote gierenpopulaties vrijwel uitgeroeid door consumptie van vee dat door de eigenaar met diclofenac was behandeld.

Inmiddels zijn er ook berichten dat de stof zich in principe kan ophopen in de gal van regenboogforellen, die in de buurt van afvalwaterzuiveringen leven.

Verstraete heeft nu geprobeerd om die diclofenacresten te oxideren door MnO2 toe te voegen. En dat lijkt dus vooral goed te gaan wanneer je dat MnO2 in situ laat genereren door bacteriën. De reden lijkt te zijn dat Mn4+ zelf wordt gereduceerd tot Mn2+, dat de verdere diclofenac-oxidatie afremt. En dan is het handig als die bacteriën er nog bij zitten, want die oxideren het Mn2+ meteen weer terug tot Mn4+.

Bij neutrale pH bleek het ‘biologische’ MnO2 (afgekort BioMnOx) diclofenac een factor 10 sneller af te breken dan synthetisch MnO2. Prettig is ook dat het Mn2+-gehalte beneden de drinkwaternom (0.05 mg/l) bleef.

bron: C&EN

Onderwerpen