Zo moet de centrale ongeveer worden.

De Universiteit Twente krijgt definitief een warmtekrachtcentrale die loopt op pyrolyse-olie uit biomassa. Het ministerie van EZ heeft maximaal 33,5 miljoen euro toegezegd om te compenseren voor de extra kosten, meldt de universiteit in een persbericht.

De bouw van de centrale werd begin 2012 ook al aangekondigd en zou toen in 2014 afgerond zijn. Inmiddels wordt gesproken van 2015 dus kennelijk is er wat vertraging in geslopen.

Het project dient in de eerste plaats om de pyrolysetechniek uit te proberen, die is ontwikkeld door de universitaire spin-off BTG BioLiquids. Die pyrolyse houdt in dat je oneetbare biomassa, zoals houtsnippers of snoeiafval, in afwezigheid van zuurstof verhit tot 500 graden Celsius. De koolwaterstoffen onteden dan gedeeltelijk en de vaste stof verandert in zogeheten pyrolyse-olie, die aardolieproducten kan vervangen als vloeibare brandstof.

Het proces is op zich niet nieuw maar de uitwerking door BTG BioLiquids is dat wel. Bij Hengelo is een eerste pyrolysefabriek op commerciële schaal gepland, genaamd Empyro, met een capaciteit van 5 ton per uur. De kosten bedragen 13 miljoen euro waarvan 5 miljoen door Brussel wordt betaald; de provincie zit er in met een lening van 3 miljoen. Ook hier lijkt de realisatie de nodige vertraging te hebben opgelopen, maar volgens de laatste berichten gaat in februari 2014 de bouw daadwerkelijk van start.

De centrale die de pyrolyse-olie moet gaan verstoken, kost nog eens 5 miljoen. Hij komt op de UT-campus, naast het hogedruklab. Kern is een OPRA-gasturbine (made in Hengelo!) die 1,6 MW aan elektriciteit kan leveren, 48 procent van het huidige universitaire gebruik. Daarnaast komt 4 MW aan warmte vrij, wat zelfs 145 procent van de universitaire behoefte is; wat er met de overblijvende warmte wordt gedaan is niet bekend gemaakt.

De EZ-subsidie van maximaal 33,5 miljoen, verspreid over 10 jaar uit te keren via AgentschapNL, dient om te compenseren voor het feit dat pyrolyse-olie nog altijd duurder is dan aardgas. Het feitelijke bedrag is dan ook gekoppeld aan de gasprijs.

bron: UT

Onderwerpen