De H1N1-varkensgriep van 2009 genereert antilichamen die werkzaam zijn tegen een groot aantal influenza-varianten. Mogelijk kun je er een universeel griepvaccin van maken, claimen Canadese onderzoekers in het tijdschrift Frontiers in Immunology.

Voor zover bekend is het voor het eerst dat een specifieke griepvariant wordt ontdekt waar het menselijk immuunsysteem op deze specifieke manier mee afrekent.

De manier waarop is op zich niet nieuw. Het antilichaam valt de stam aan van het haemagglutinine-eiwit van het virus. Dat onderdeel van het eiwit muteert niet of nauwelijks, omdat wijzigingen het meteen onmogelijk maken om er een gastheercel mee binnen te dringen. Dit in tegenstelling tot de kop, die juist wel heel snel muteert en daardoor bij zowat influenzavariant afwijkend is.

Vrijwel alle eerder gevonden antilichamen en vaccins richten zich op die kop en werken daardoor tegen slechts één griepvariant. Een antilichaam dat de stam van het eiwit aanpakt, is kennelijk veel lastiger te maken - tot voor kort leek het er op dat het immuunsysteem dat uit zichzelf nooit deed.

Vorig jaar meldde het Leidse bedrijf Crucell dat het was gelukt om met 2 verschillende antilichamen het hele spectrum van griepvarianten af te dekken. Kort daarop meldden Zwitserse onderzoekers dat ze het met één antilichaam af konden. Dat antilichaam hadden ze aangetroffen in het bloed van mensen die op de een of andere manier universele immuniteit tegen influenza hadden opgebouwd. Onduidelijk bleef echter hoe hun immuunsysteem was getriggerd om die antilichamen aan te maken.

De ontdekking van John Schrader (University of British Columbia) en collega’s maakt voor het eerst duidelijk welke virusvariant verantwoordelijk is. Hij vermoedt dat de afwijkende reactie te maken heeft met het feit dat H1N1 van origine geen menselijk virus, maar een varkensvirus is.

bron: University of British Columbia

Onderwerpen