Bij het Salk Institute (La Jolla, VS) zijn labmuizen ontwikkeld met een lever die voor 95 procent uit menselijke cellen bestaat. Op zulke muizen kun je behandelingen van menselijke leverkwalen uitproberen, zo melden ze in het Journal of Clinical Investigation.

Voor de creatie van deze ‘chimerische’ muizen wordt uitgegaan van een muizenstam waarvan het immuunsysteem is gesaboteerd door drie genen uit te schakelen: fumaryl acetoacetaat hydrolase (Fah), recombinatie activerend gen 2 (Rag2), en de gammaketen van de receptor voor IL-2 (Il-2r-gamma). Deze muizen hebben de neiging hun eigen levercellen (hepatocyten) langzaam te vergiftigen, wat je kunt tegengaan door toediening 2-(2-nitro-4-trifluoro-methylbenzoyl)-1,3-cyclohexaandion, afgekort NTBC.

 

Zet je de NTBC-toediening stop en implanteer je menselijke levercellen in de muizen, dan blijken die laatste niet te worden vergiftigd. Ze nemen dan langzamerhand de plaats van de oorspronkelijke muizenlevercellen in.

 

Infecteer je deze muizen met hepatitis B of C, dan blijken ze die ziektes inderdaad te krijgen. Ongemodificeerde muizen zijn er juist immuun voor, wat het onderzoek naar deze ziektes altijd flink heeft bemoeilijkt.

 

En het mooiste is dat gePEGyleerd interferon alfa 2a, de standaardbehandeling voor mensen met hepatitis C, in de levers van de muizen dezelfde reactie blijkt op te wekken. Hetzelfde blijkt te gelden voor enkele andere, experimentele levermedicijnen.

 

De onderzoekers gaan er nu van uit dat hun muizen een bruikbaar klinisch model vormen voor álle menselijke leveraandoeningen, inclusief malaria. Nadeel is dat de modificatie niet erfelijk is zodat je in elke muis opnieuw de menselijke cellen moet transplanteren; voordeel is dat iedereen dat mag doen omdat op de vinding geen octrooi is aangevraagd.

 

bron: Salk Institute

Onderwerpen