Was er eindelijk weer eens iets opbouwends te melden over de chemische industrie, gaat het hele feest niet door. Lekker dan, denkt hoofdredacteur Esther Thole.
Balen. Afgelopen november hadden we net zo’n lekker optimistisch ‘het kan wel’-verhaal over de plannen van Vioneo, door het bedrijf zelf ook groots aangekondigd, om in de haven van Antwerpen op serieuze schaal plastics te produceren op basis van groene methanol. Op het voormalige Gunvor-terrein zou de benodigde, gloednieuwe plant verrijzen. We kopten dat er een heuse ‘renaissance van de plasticssector’ in het verschiet lag. Eindelijk weer eens bouwen in plaats van afbreken.
Dat hadden we nodig na de lange reeks van berichten over stilgelegde krakers, failliete plasticrecyclers, afgeblazen investeringen en fabrieken die, in de woorden van het FD, voor een habbekrats van de hand worden gedaan. Maar de spreekwoordelijke inkt was amper droog of alles viel alweer in duigen. Vioneo kiest bij nader inzien toch niet voor Antwerpen, maar voor een nog onbekende locatie in China om hun nieuwste productieplannen te verwezenlijken. Daar heeft het bedrijf ongetwijfeld goede redenen voor, maar het steekt wel.
’Maar de spreekwoordelijke inkt was amper droog of alles viel alweer in duigen’
Net als het nieuws over de teloorgang van kweekvleespionier Meatable. Ook zo jammer. En ja, daar kun je vast allerlei verstandigs over zeggen, maar redelijke verklaringen of niet, de teleurstelling blijft. Niet omdat ik — mag ik hopen althans — geen oog heb voor de grauwe realiteit van alle (geo)politieke, economische, financiële, maatschappelijke en ook technologische obstakels waar je nou eenmaal mee te dealen hebt als bedrijf. Of je nou starter of gevestigde naam bent. Maar omdat ik ervan overtuigd ben dat niks doen sowieso niet helpt om de boel een beetje beter te maken. Om dingen te veranderen. Om problemen op te lossen.
En natuurlijk gaat dat niet altijd goed. Dat weet ik heus wel. Sterker nog, als alles lukt heb je misschien te klein gedacht en niet genoeg risico genomen om echt stappen te zetten. Het is dus meer een soort begripvol balen. Daar zit meteen een positieve grondtoon in — het is niet leuk, maar het is ook niet het einde van de wereld.
Dus gaan we in dit magazine niet op de zure toer, maar blijven we optimistisch zoeken naar verhalen over wilde ideeën en woeste plannen. Verhalen over aanpakkers, doorpakkers, wederopstandelingen en lefgozers (m/v/x) die tegen de klippen op het proberen te maken. Gelukkig is er op dat vlak ook keuze genoeg. De lijst van kandidaten voor onze rubriek Start-up is vele malen langer dan we kwijt kunnen en in de rubriek Industrie komen steeds weer nieuwe ontwikkelingen voorbij die positief stemmen. Eventjes balen mag. Maar dan gewoon met frisse moed weer door.










Nog geen opmerkingen