Docenten uiten zich kritisch over de nieuwe eindexamens scheikunde voor havo en vwo. Volgens sommigen toetsen ze met name begrijpend lezen. Anderen vinden het vooral een kwestie van wennen.

‘Ik ben blij met de nieuwe, meer positieve en duurzame insteek van het scheikundecurriculum’, stelt Pietjan Blommaart van CSG Jan Arentsz in Alkmaar. ‘Maar de nieuwe eindexamens zijn door­geschoten in het aanbieden van tekst. Voor­heen drukte ik mijn leerlingen op het hart eerst goed de tekst te lezen en pas dan de vraag. Tegenwoordig moeten ze het tegenovergestelde doen. Dan zien ze meteen dat ze de eerste examenvragen prima kunnen beantwoorden zonder dat kletsverhaal over walvissen te lezen.’

 

‘Te veel leerlingen raakten het spoor bijster’

Volgens Blommaart maakt de overdaad aan tekst leerlingen in de war. ‘En waarom moet een havist bij een scheikunde-examen kunnen omschrijven hoe je een elektrische auto oplaadt, maar hoeft hij niet te laten zien dat hij een reactievergelijking kan opstellen? Dat kan volgens mij de bedoeling niet zijn. We willen leerlingen toch een goede basis aan kennis over en principes van de scheikunde meegeven, zodat ze daarop kunnen voortbouwen?’

 

Hele verhalen

Kort na de eerste ronde scheikunde-examens in mei peilde de Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen (NVON) de resultaten. Zonder normaanpassing zouden van 549 nagekeken vwo-examens 53 % onvoldoende gemaakt zijn. Bij het havo-examen lag dat percentage op 51 %.

‘De scheikundige kennis die bevraagd werd, zou zoveel problemen niet hebben hoeven geven’, meent Ade Hoekstra van RSG Stad & Esch in Meppel. ‘Te veel leerlingen raakten het spoor bijster door de onnodig lange teksten bij elke vraag. Ze gingen wauwelen bij de beantwoording en bleven te lang bij vragen hangen. Dat is dood­zonde, want ik denk dat je ongeveer hetzelfde examen kunt afnemen met een derde minder tekst en dat leerlingen dan wel op hun normale niveau blijven presteren.’ Hoekstra vergelijkt het met het vwo-examen natuurkunde, dat ook als moeilijk te boek stond. ‘Dat examen kon met veel beknoptere teksten toe. Ik vind dat de examenmakers hier nog eens goed naar moeten kijken, want dit repareer je niet door de norm aan te passen.’

 

Wennen

Jan van Lune, docent aan het Stellingwerf­college in Oosterwolde en voorzitter van de sectie scheikunde van de NVON, gelooft niet dat de taligheid van het examen leerlingen de das om deed. ‘Leerlingen moeten tegenwoordig bij álle vakken veel lezen, ook bij de bètavakken.’ Volgens hem moeten leerlingen en docenten vooral nog wennen aan het nieuwe curriculum en de toetsing. ‘Dat zie je bij de havo. Daar wisten we al beter wat we konden verwachten. Het nieuwe curriculum vraagt nu eenmaal meer inzicht van leerlingen. Dat vinden ze moeilijk en is ook lastiger aan te leren. Veel leerlingen vinden scheikunde nu het moeilijkste schoolvak. Tegelijkertijd zie ik de interesse in chemiegerelateerde vervolg­opleidingen toenemen.’

Blommaart is er niet gerust op: ‘Met zulke gedrochten van examens laat je meer leerlingen door die goed zijn in begrijpend lezen, maar niet per se in scheikunde. Als zij kiezen voor een chemische opleiding lopen ze op het hbo of de universiteit tegen het echte werk aan, met alle teleurstelling van dien. De invoering van de Nieuwe Scheikunde heeft meer dan tien jaar geduurd. Ik hoop dat het geen tien jaar duurt om de scheikunde weer centraal te stellen.’