Xenopus laevis.

Dat de voor kikkers dodelijke schimmelinfectie chytridiomycose voorkomt in de VS is puur het gevolg van menselijk ingrijpen. Dat leert analyse van opgezette kikkers in musea, meldt Vance Vredenburg (San Francisco State University) in PLoS ONE.

Voor Vredenburg betekent dit vooral dat hernieuwd menselijk ingrijpen om die schimmel tegen te houden, alleszins gerechtvaardigd is. Het argument dat je de natuur zijn gang moet laten gaan, gaat immers niet meer op als de massale kikkersterfte, die wereldwijd al vele soorten compleet heeft uitgeroeid, onnatuurlijk blijkt te zijn.

De verantwoordelijke schimmel, Batrachochytrium dendrobatidis, lijkt te zijn binnengebracht door kikkers van de soort Xenopus laevis. Die zijn in de VS niet inheems maar werden vroeger massaal geïmporteerd uit Afrika als primitieve zwangerschapstest - de hormonen in de urine van zwangere vrouwen zetten zo’n kikker namelijk aan tot ovuleren.

Toe er rond 1970 betere zwangerschapstests beschikbaar kwamen, hebben veel ziekenhuizen hun resterende kikkers in de vrije natuur losgelaten.

Vredenburg en collega’s hebben nu ten eerste 178 exemplaren onderzocht van zes Xenopus-soorten, die tussen1870 en 2000 in Afrika waren gevangen en in zoölogische collecties waren beland. Daarvan bleken er 8 positief te testen voor de schimmel; de oudste besmetting was uit 1934. Dat steunt de hypothese dat die schimmel in Afrika al heel lang inheems is en dat je er statistisch gezien wel van uit mag gaan dat een deel van de in de VS losgelaten kikkers ook besmet moet zijn geweest. Niemand die er op lette: Xenopus gaat er zelf namelijk niet dood aan.

Op dezelfde manier werden 23 Xenopus-exemplaren onderzocht die tussen 2001 en 2010 in Californische musea waren beland. Daarvan waren er inderdaad drie positief, uit 2001 en 2003.

Vredenburg tekent er bij aan dat er nog steeds tienduizenden van die kikkers uit Afrika worden geïmporteerd voor gebruik als proefdier. Officieel moeten die allemaal worden getest op de schimmel en desnoods in quarantaine geplaatst, maar het is de vraag of er in de praktijk wel zo goed op wordt gelet.

bron: news@nature

Onderwerpen