In de VS is een lab-op-een-wegwerpchip gepresenteerd dat bloedmonsters kan analyseren zónder dat je ook nog een labtafel vol pompen en andere apparatuur nodig hebt. Zo wordt de technologie pas echt interessant, zo schrijven Amerikaanse, Ierse en Chileense onderzoekers in een publicatie die zojuist de voorpagina van Lab on a Chip heeft gehaald.

Ivan Dimov (UC Berkeley) en collega’s leggen hiermee de vinger op een zere plek binnen de lab-op-een-chipwereld, namelijk dat er maar een klein deel van het lab daadwerkelijk op de wegwerpchip pleegt te zitten.

Hun ‘Self-powered Integrated Microfluidic Blood Analysis System' (SIMBAS) is wél helemaal autonoom. De belangrijkste innovatie is dat hij zijn monsters zelf aanzuigt en dus geen externe pomp nodig heeft. Het geheim is dat hij vacuüm verpakt wordt aangeleverd: na opening van de verpakking zuigen de kanalen (en met name de ‘suction chambers’ aan het uiteinde daarvan) zich langzaam weer vol met lucht. Druppel je er dan snel je bloedmonsters in, dan worden die vanzelf meegenomen.

Het prototype meet 2,5 bij 5 centimeter, is gemaakt van kunststof en kan tegelijk 5 bloedmonsters van elk 5 microliter verwerken. Voor de analyse heeft hij ongeveer 10 minuten nodig.

Rode en witte bloedlichaampjes stranden in een kanalenlabyrint voorin, waarna het plasma en de bloedplaatjes verder stromen naar een assay dat de aanwezigheid van biotine (vitamine B7) aantoont. De detectielimiet zit daarbij rond de1,5 pM, en het idee is dat de detectie zich vertaalt in een kleurverandering zodat je ook geen apparatuur nodig hebt om de chip af te lezen.

Volgens de bedenkers werkt het net zo eenvoudig en goedkoop als een zwangerschapstest.

Aan een biotine-assay heb je op zich niet veel. Maar de volgende stap is om in plaats daarvan een assay in te bouwen dat bijvoorbeeld de diagnose hiv of tuberculose stelt. Als de gezondheidszorg over zoiets zou kunnen beschikken op afgelegen locaties in Afrika, zouden miljoenen mensenlevens kunnen worden gered.

bron: UC Berkeley

Onderwerpen