Finse onderzoekers laten bacteriën in methaanrijk biogas eiwitten maken voor veevoer. Dertig jaar geleden leidde dit onderzoek tot een economische strop.

Het lijkt te mooi om waar te zijn. Uit een mestverwerkingsinstallatie van een veehouderij haal je veevoer met hulp van methanotrofe bacteriën. De ontlasting gaat weer terug naar het dier. Dit blijkt mogelijk. Afgelopen jaar ontwikkelden onderzoekers van het Finse instituut VTT een installatie voor het omzetten van kleine stromen methaanrijk biogas in ruwe materialen voor dierlijk voedsel en bioplastic op boerderijen. ‘Onze methode vermindert de methaanemissie, bevordert het gebruik van biogas en verbetert de zelfvoorzienendheid van eiwitten’, volgens het persbericht van 17 november 2016.

Ook plastic

Het methaan komt van de anaerobe vergisting van mest of van afvalwater in zuiveringsinstallaties. Het wordt naar een met zuurstof verrijkte gasfermentor geleid. Daarin circuleert ook een groeimedium met methanotrofe bacteriën. Zo vormt zich een biomassa met een eiwitgehalte van maximaal 60 %. Afhankelijk van de groeiomstandigheden en het type methanotrofe bacteriën kunnen de bacteriën ook plastic korreltjes bevatten, namelijk polyhydroxybutyraat (PHB). De celmassa bevat dan bijvoorbeeld 50 % PHB en 30 % eiwit. Die celmassa wordt gefilterd, gepasteuriseerd en gedroogd. En het eiwit wordt van het plastic geëxtraheerd.

Pruteen was een economische mislukking

Oud idee

‘Eiwit en plastic halen uit methanotrofe bacteriën is al een oud idee’, zegt microbioloog Willem de Vos, hoogleraar aan Wageningen University & Research. ‘Als student werkte ik hier al aan in de jaren zeventig.’ In die tijd leek de techniek zelfs zo veelbelovend dat het Britse chemieconcern ICI zo’n honderd miljoen euro stak in onderzoek en ontwikkeling. In een fabriek in Billingham groeide de bacterie Methylophylus methylotrophus op een mix van methanol, ammonia en voedingsstoffen zoals magnesiumsulfaat. De gedroogde bacteriën voor de veehouderij en de visserij, Pruteen geheten, hadden uitstekende voedingswaarden. Maar de prijs voor soja bleef dalen. En, waar deskundigen ICI toen ook al voor waarschuwden: Pruteen werd niet verkocht omdat het te duur was. De Vos: ‘Pruteen was een economische mislukking en het onderzoek is toen gestopt, ook in Nederland.’ De Vos zou dit type onderzoek nu ook niet meer beginnen omdat het om een zuurstofrijk proces gaat, wat veel energie kost. ‘Je kunt beter eiwitten halen uit anaerobe methanotrofen.’ Ook het product dat ICI wilde maken van PHB uit methanotrofe bacteriën, een textiel, bleek te duur.

Christiaan Bolck, die in Wageningen onderzoek doet naar toepassingen van polyhydroxyalkanoaten (PHA’s) uit afvalwater, ziet nog wel een bezwaar. ‘Het is lastig producten uit mest en afvalwater veilig genoeg te maken voor de voedingsketen, en consumenten zouden ook emotionele bezwaren kunnen hebben.’

Nieuwe fabriek

Toch lijkt het proces van de Finnen niet kansloos. De sojaprijs kan immers weer stijgen, en wellicht vallen de bezwaren van consumenten mee. In ieder geval is er in de VS nu toch weer een bedrijf gestart, Calysta geheten, dat hoopt op een doorbraak. Uit methaangas haalt het eiwit voor visvoer met de bacterie Methylococcus capsulatus. Aan het groeimedium zijn behalve een stikstofbron ook alle tien de aminozuren toegevoegd die vissen zelf niet kunnen maken. Calysta bouwt nu, met geld van eiwit- en graanhandelaar Cargill, een fabriek die vanaf 2018 jaarlijks 20.000 ton bacterie-eiwit gaat leveren, eerst voor zalm, later ook voor garnalen en vee. Het methaan komt nu nog van schaliegas, maar de bedoeling is dat het straks van vergiste afvalstromen komt. Wie weet, wordt het dus toch nog wat met veevoer uit methanotrofe bacteriën.