Amfotericine B

Het antischimmelmiddel amfotericine B (AmfB) werkt heel anders dan decennia lang werd aangenomen. Dit meldt de groep van Martin Burke van het Howard Hughes Medical Institute in PNAS. De ontdekking schept mogelijkheden om de bijwerkingen van AnfB te verminderen, terwijl de werking behouden blijft.

Gedacht werd dat meerdere AmfB moleculen samen ionkanalen vormen die celmembranen doorboren. Nu blijkt dat de binding van bepaalde lipiden in de celmembraan (ergosterol) verschillende vitale functies in de cel stopt. Dit bleek uit een experiment waarin een variant van AmfB die het ergosterol bindt, maar geen ionkanalen kon vormen, toch heel effectief de ziekteverwekkende schimmels afdoodde.

Dit biedt perspectieven. Men gebruikt AmfB namelijk al vijftig jaar zonder dat schimmels er ooit resistent tegen lijken te worden. Mogelijk is het binden van essentiële lipiden een hele goede strategie voor een nieuwe generatie middelen tegen schimmels en andere micro-organismen.

Een groot nadeel van AmfB is echter dat het ook toxisch is voor menselijke cellen. Het bindt namelijk niet allen ergosterol, maar ook cholesterol, een lipide in menselijke celmembranen. De oplossing zou een molecuul zijn dat wel ergosterol bindt, maar cholesterol met rust laat.

Daarnaast is het wellicht mogelijk om een AmfB-achtig molecuul te maken dat wel ionkanalen vormt zonder de essentiële lipiden te binden. Een dergelijk molecuul zou te gebruiken zijn voor de behandeling van ziekten waarbij ionkanalen niet goed werken, of zelfs missen, zoals taaislijmziekte.

Bron: PNAS

Onderwerpen