Bioraffinage kan de chemie nieuw leven inblazen en de landbouw redden van een suikeroverschot. Alleen ontbreekt het aan investeringen. En is dat overschot wel reëel?

‘Met de huidige lage olie- en gasprijzen krijg je een bioraffinaderij economisch niet rendabel. Punt’, begint Rein Willems. Drie jaar geleden presenteerde de voormalige Shell-topman een ambitieus plan om de chemische industrie rond Delfzijl te laten overschakelen van aardolie op lokaal geteelde suikerbieten. Via geavanceerde bioraffinage zou je niet alleen de suiker, maar ook de pulp en zelfs het loof kunnen gebruiken als chemische grondstof.

Het was mede ingegeven door de aangekondigde afschaffing van de Europese suikerproductiequota. Op 1 oktober is het zo ver. De vrijgave van de melkquota, 2 jaar geleden, draaide uit op een drama: te veel boeren hebben te veel koeien gekocht en gaan massaal in melk en mest ten onder. Gaat het met de suiker straks ook zo?

Investeringsbank

Volgens Willems is het simpel. Suikers omzetten in bioplastics en chemicaliën is zeker rendabel, een bedrijf als Corbion doet dat al jaren. Maar de return on investment van de centrale bioraffinaderij die de bieten verwerkt, schat hij op hooguit 2 à 3 %. Je komt nét uit de kosten. ‘En bedrijven eisen minimaal 8 à 10 %, of nog meer om risico’s te dekken.’

Het geld zal dus van de overheid moeten komen. Bijvoorbeeld via Invest-NL, de nationale financieringsinstelling die het kabinet op 10 februari presenteerde als ‘stimulans voor terreinen waar Nederland nu kansen laat liggen’. ‘Ik wil ervoor pleiten dat we zo’n investeringsbank voor dit soort dingen gebruiken’, stelt Willems. Hij verwijst naar Singapore, dat via een vergelijkbare constructie sterke po­sities heeft opgebouwd in de petrochemie én in de life sciences.

‘We verwachten nu suiker te kunnen gaan exporteren’

Maar komt er wel een suikeroverschot? Frank van Noord, directeur R&D van de Suiker Unie, denkt van niet. ‘Vanwege de quota importeren we nu suiker. Nu verwachten we te kunnen gaan exporteren. Dankzij de bevolkingsaanwas groeit de wereldmarkt met 3 miljoen ton per jaar. En 15 à 20 jaar geleden konden we absoluut niet concurreren met rietsuiker uit Brazilië, maar inmiddels zijn we zeker competitief.’

Er klinken al geluiden dat Nederland na de afschaffing van de quota de Zuidwest-Europese teelt deels kan overnemen. In ons klimaat groeien bieten veel beter. En de vergelijking met de melkplas gaat sowieso niet op: aan een stal vol koeien zit je vast, maar of je bieten aanplant beslis je elk jaar opnieuw. Om de bodem niet uit te putten, moet je trouwens toch al ‘in rotatie’ verbouwen en elk jaar een ander gewas kiezen.

Uitgekeken

De suikersector heeft de chemie dus niet zo nodig als afzetgebied. En of de chemie suiker nodig heeft? Medio februari werd in Delfzijl een nieuw raffinageplan gelanceerd op basis van afvalhout in plaats van bieten. En de Eindhovense hoogleraar Emiel Hensen stelt zelfs dat de industrie uitgekeken begint te raken op biomassa in het algemeen (zie interview in C2W 4 2017).

‘We zijn betrokken bij allerlei initiatieven, maar we zien weinig business cases die sterk genoeg zijn om de bouw van een fabriek te rechtvaardigen’, besluit Van Noord. ‘De lage olieprijs helpt ook niet. Maar als morgen iemand 100.000 ton suiker bestelt voor een nieuw biobased product, dan kan dat.’