Kopieerders kunnen hun heiligverklaring voortaan vergeten.

Proeven met software die wetenschappelijke publicaties scant op plagiaat zijn een groot succes, zo meldt Nature. Eén niet nader genoemd collega-tijdschrift kon 23 procent van de reeds goedgekeurde manuscripten alsnog naar de prullenbak verwijzen.

Nature en collega’s doen sinds 2 jaar proeven met CrossCheck, een initiatief van uitgeversclub CrossRef. Belangrijkste wapen is een enorme database die inmiddels de complete teksten van 25,5 miljoen publicaties uit 48.517 tijdschriften en boeken van 83 uitgevers bevat.

Vergelijken van een nieuw manuscript met deze database kost maximaal 75 dollarcent per artikel. Vaste klanten betalen een stuk minder.

De software slaat alarm wanneer twee teksten verdacht veel op elkaar lijken. Vervolgens checken menselijke redacteuren of werkelijk sprake is van plagiaat en zo ja, hoe ernstig. Dat laatste is hard nodig omdat de software geen verschil ziet tussen het kopiëren van standaard-onderzoeksprotocollen en het overschrijven van elkaars conclusies.

Officieel zijn de resultaten nooit gepubliceerd, maar de Nature-webredactie is informeel eens gaan babbelen bij negen wetenschappelijke uitgevers. De resultaten zijn onrustbarend, zelfs als je bedenkt dat voor de proef vooral tijdschriften zijn geselecteerd die al eerder met plagiaat te kampen hadden gehad.

Zo moest bij de drie geteste titels van uitgever Taylor & Francis respectievelijk 10, 6 en 23 procent van de reeds door de peer review geaccepteerde manusctripten worden afgewezen nadat ze door de CrossCheck-molen waren gehaald. Collega Mary Ann Liebert testte één titel en kwam uit op 7 procent. Ook een medewerker van Springer geeft aan gekke dingen te hebben gevonden die anders nooit zouden zijn opgevallen.

Over de vraag of er tegenwoordig écht meer wordt geplagieerd of dat het vroeger gewoon nooit werd gemerkt (of allebei) zijn de geïnterviewden het niet eens.

bron: naturenews

Onderwerpen