Meng een beetje boor door de koolstof waar je nanobuisjes van maakt, en je krijgt de perfecte spons voor het opruimen van olie. Dat melden Pulickel Ajayan (Rice University, VS) en collega’s in de online-uitgave Scientific Reports.

De boorkernen zijn in staat om onderling covalente bindingen te vormen, en zo de (meerwandige) nanobuisjes aan elkaar te smeden tot een solide 3D-netwerk.

Het artikel beschrijft een procedure waarbij die netwerkvorming tegelijk met de vorming van de nanobuisjes gebeurt. De toegepaste methode heet ‘aerosol-assisted chemical vapour deposition’, in een kwartsbuis bij 860 graden Celsius. Als koolstof- en boorleveranciers wordt een mix van tolueen, ferroceen en triëthylboraan gebruikt.

De boortoevoeging heeft het bijkomende effect dat de uiteinden van de buisjes minder gemakkelijk dichtgroeien, zodat die buisjes gemiddeld een grotere lengte bereiken.

Er ontstaat zo een flexibel, uiterst luchtig materiaal met een dichtheid van 10 tot 29 mg/cm3. En aangezien het extreem hydrofoob en oleofiel is, blijkt het uitermate geschikt om bijvoorbeeld olievlekken op een wateroppervlak te absorberen.

Die olie kun je er vervolgens heel simpel weer uit krijgen door haar simpelweg in brand te steken. In de praktijk blijken de nanobuisjes die behandeling zo goed als onbeschadigd te overleven: zolang er nog een oliefilm op zit worden ze niet geoxideerd, en als dat laatste restje olie ook weggebrand gaat het vuur vanzelf uit. Je kunt de oliespons dus vele malen hergebruiken.

bron: Rice University

Onderwerpen