Drie hogescholen in Vlaanderen combineerden hun krachten en zetten een nieuwe graduaatopleiding op voor laboratoriumassistenten. De opleiding laboratoriumassistentie bouwt verder op de vroegere graduaatsopleidingen biotechnologie en chemie. Het programma kreeg een update én een nieuwe naam die beter aansluit bij het werkveld. ‘Minimaal een derde van de studietijd wordt ingevuld door werkplekleren.’

Waar moet je heen als je graag in het labo staat, maar geen trek hebt in bakken aan theorie? In Vlaanderen was er lange tijd geen plek voor deze wens. ‘Maar vanuit de laboratoriumsector was er een grote vraag naar extra werkkrachten’, zegt Pieterjan De Feyter, opleidingsverantwoordelijke aan de UCLL-hogeschool in Leuven. Samen met Els Van Eyken (opleidingshoofd Cluster Chemie, AP Hogeschool Antwerpen) en Dirk Verlinde (opleidingscoördinator, HOGENT ) is er hard gewerkt aan het ontwikkelen van het graduaat laboratoriumassistentie dat sinds september 2025 wordt aangeboden op de drie hogescholen in Antwerpen, Gent en Leuven.

‘We leggen een grote nadruk op heel brede kennis van laboratoriumapparatuur’

Dirk Verlinde, HOGENT

Drempelpakket

Deels is dat te danken aan het werkveld, vertelt Verlinden. ‘Maar ook de chemische federatie essenscia heeft hard geduwd om deze opleiding erdoor te krijgen.’ Van Eyken vult aan dat het graduaat op het juiste moment is gekomen. ‘Er is een vernieuwing in het secundair onderwijs gaande, waarbij studenten uit arbeidsfinaliteit [het vroegere beroepsonderwijs, red.] na hun zesde jaar rechtstreeks kunnen doorstromen naar graduaten.’

‘Veel studenten blijven steken op de zwaardere theorie’

Pieterjan De Feyter, UCLL

Daarnaast is er in de professionele en academische bachelor nu een drempelpakket ingesteld, vergelijkbaar met het Nederlandse bindend studieadvies (BSA). Voor studenten die binnen twee jaar niet alle studiepunten uit het eerste jaar hebben gehaald en dus niet door mogen met de studie, vormt zo’n graduaat een goede overstap. ‘Dat komt omdat er veel studenten zijn die graag praktisch in het labo staan, maar op de zwaardere theorie blijven steken’, vervolgt De Feyter. ‘Laboratoriumassistentie is de enige opleiding op graduaatsniveau die opleidt tot werken in een labo; we hebben geen rechtstreekse concurrenten.’

HOGENT graduaat laboratoriumassistentie (3)

Beeld: HOGENT

Er is een sterke link met het werkveld. ‘Het is zeer praktijkgericht’, zegt Verlinde. ‘Minimaal een derde van de studietijd wordt ingevuld door werkplekleren, dus praktijkervaring opdoen met het werkveld, met lange stages, gastcolleges, bedrijfsbezoeken et cetera.’

Niet diep, wel breed

Het vormgeven van de opleiding was redelijk uitdagend, aldus Verlinde. ‘Dat komt door de hoge diversiteit aan studenten. Er zijn generatiestudenten uit het secundair onderwijs, studenten uit een studierichting met arbeidsmarktfinaliteit en we vormen nu ook een vangnet voor bachelors.’ Sommige studenten hebben dus weinig en andere juist veel voorkennis. ‘Je combineert de theorie en het labo, zodat je snel praktische kennis hebt die is aangevuld met genoeg theorie om te weten waar je mee bezig bent. Het gaat niet diep, maar wel heel breed, van basischemie naar biochemie, microbiologie en biotechnologie.’

‘De doelen en aanpak zijn hetzelfde, maar de weg ernaartoe is verschillend’

Els Van Eyken, AP Hogeschool

Dat maakt dat je in heel veel verschillende labo’s terecht kunt komen. De Feyter: ‘Je doet dan misschien geen diepgaande analyses, maar je hebt wel alle praktische handelingen en toestellen onder de knie.’ Daarbij rust het onderwijs op drie pijlers, legt Van Eyken uit. ‘Veilig en nauwkeurig werken, betrouwbare resultaten leveren en transparant registreren wat je doet. Dit moet als vanzelf gaan.’

HOGENT graduaat laboratoriumassistentie (8)

Beeld: HOGENT

‘Onze studenten worden uitvoerenden’, zegt Verlinde. ‘We leggen een grote nadruk op veiligheid, maar ook op een heel brede kennis van laboratoriumapparatuur. Dus als je ze in om het even welk labo zet, kunnen ze snel aan de slag. Ja, er is veel denkwerk nodig, maar er zijn ook heel veel routinetaken, repetitief werk dat bachelors en masters niet graag doen, maar waar onze studenten hun hand niet voor omdraaien.’ Het vormt volgens De Feyter een mooie synergie tussen academie en praktijk.

Concurrentie

Omdat de opleiding is ontwikkeld door drie verschillende hogescholen, zijn er hier en daar wat verschillen in de accenten. ‘De doelen en aanpak zijn hetzelfde, maar de weg ernaartoe is verschillend’, zegt Van Eyken. Zo is het havengebied rond Antwerpen natuurlijk een belangrijke plek voor AP, maar in de buurt van UCLL zijn er voornamelijk onderzoekslaboratoria en in het Gentse ligt de focus meer op analyselabo’s. Door de spreiding van de hogescholen is er ook geen directe concurrentie, dus kunnen ze vrijwel alles open en eerlijk bespreken.

Tot nu toe is de opleiding op alle drie de hogescholen succesvol begonnen, met tussen de 130 en 180 studenten. Dat is ook meteen een knelpunt, zegt De Feyter lachend. ‘We zijn hard op zoek naar bedrijven die plekken beschikbaar hebben voor al onze studenten om aan een derde werkplekleren te komen.’ Het is een gigantische toename van studenten, zegt ook Verlinden, met name door de verschillende instromen die nu mogelijk zijn. Van Eyken concludeert: ‘Je zou verwachten dat dit een vrij specifieke opleiding is. We wisten dat er een gap was, maar dat die groep zo groot was, hadden we niet kunnen voorspellen.’

APReeks010-1433-Edit

Beeld: AP Hogeschool Antwerpen