Mede-auteur Jared Griebel, opgenomen door een van zijn eigen polyzwavellenzen. De gelige tint zal wel een kwestie zijn van data-interpretatie.

Gepolymeriseerd zwavel is een ideaal materiaal voor lenzen van infraroodcamera’s. Het laat de juiste golflengtes door en heeft een hoge brekingsindex zodat de lens relatief dun kan zijn, melden onderzoekers van de University of Arizona die er zojuist octrooi op hebben aangevraagd.

Dat ‘polyzwavel’ bestaat uit lange zwavelketens met hier en daar een organische bouwsteen om het geheel te stabiliseren. Een jaar geleden publiceerde de groep uit Arizona er voor het eerst over. Jeffrey Pyun en collega’s doopten het ‘omgekeerde vulkanisatie’: chemisch gezien lijkt het een beetje op vulkaniseren van rubber maar dan met veel meer zwavel dan rubber.

Je kunt er voorwerpen van gieten in een mal van siliconenrubber. In eerste instantie wilde de groep op die manier kathodes maken voor lithium-zwavelbatterijen. Maar lenzen gieten is op deze manier ook een koud kunstje.

En die lenzen blijken dus perfect voor warmtebeeldcamera’s en andere apparaten die werken in het midden van het infraroodgebied. Golflengtes van 3 tot 5 micron gaan er vrijwel ongehinderd doorheen, zo valt te lezen in Advanced Materials. En de brekingsindex is zeldzaam hoog - 1,745 tot 1,865, afhankelijk van de materiaalsamenstelling.

Andere kunststoffen komen niet verder dan 1,6 en laten infrarood licht vrijwel niet door. Tot nu toew was men voor lenzen van infraroodapparatuur daarom aangewezen op germanium, dat een nog veel hogere brekingsindex heeft. Maar net als glas moet je germanium slijpen om er een lens van te maken, wat vele malen bewerkelijker is dan gieten in een rubber mal.

Bovendien is germanium tamelijk duur en zwavel zo ongeveer te geef omdat het massaal ontzwavelen van fossiele brandstoffen heeft geleid tot een gigantisch zwaveloverschot.

Volgens de onderzoekers hebben verschillende bedrijven al belangstelling getoond voor de lenzen.

bron: University of Arizona.

Onderwerpen