Erytroblasten blijken de producenten van erytroferron.

Een eiwithormoon genaamd erytroferron is de ontbrekende schakel tussen epo en een verhoogde ijzertoevoer die de aanmaak van extra rode bloedcellen mogelijk maakt. UCLA-onderzoekers vermoedden dat al een tijdje maar ze weten het nu zeker, melden ze in Nature Genetics.

Tomas Ganz, Leon Kautz en collega’s zien er de start in van een nieuwe manier om bloedarmoede aan te pakken. Met name thalassemie, een erfelijke vorm die nu vaak vraagt om regelmatige bloedtransfusies.

Over mogelijk gebruik als doping houden ze wijselijk hun mond, maar je kunt er op wáchten.

Dat erytroferron (ERFE) blijkt te worden aangemaakt door erytroblasten in het beenmerg, onder invloed van erythropoietine (epo) dat weer ontstaat als reactie op een gebrek aan rode bloedcellen. ERFE onderdrukt vervolgens de productie van hepcidine, een al langer bekend eiwithormoon dat in de lever wordt aangemaakt.

Dat hepcidine is de hoofdkraan van het ijzermetabolisme. Het regelt zowel de opname van ijzer uit voedsel in de darmen als de verdeling daarvan: een deel gaat naar het beenmerg voor de bloedcelproductie, de rest wordt opgeslagen in gespecialiseerde cellen als reservevoorraad. Daarbij is de bandbreedte beperkt: te weinig ijzer leidt tot bloedarmoede, te veel reservevoorraad geeft vergiftigingsverschijnselen.

ERFE wordt normaal gesproken maar op beperkte schaal aangemaakt. Maar na ernstig bloedverlies (en trouwens ook bij bloedarmoede) loopt de productie ineens sterk op. De resulterende verlaging van de hepcidinespiegel maakt het mogelijk om meer ijzer op te nemen uit het voedsel en tegelijk de reservevoorraad aan te spreken.

Tomas Ganz, Leon Kautz en collega’s wisten het geheimzinnige eiwit op te sporen door muizen te ontdoen van een deel van hun bloed, of ze een dosis epo te geven. Daarbij volgden ze de aanmaak van messenger-RNA in het beenmerg. Ze maten met name een sterk verhoogde productie van een mRNA genaamd Fam132b. ERFE is het eiwit waar dat voor blijkt te coderen.

Nader onderzoek leerde dat knockoutmuizen, waarbij het Fam132b-gen is uitgezet, onder normale omstandigheden geen gezondheidsklachten vertonen. Precies zoals je zou verwachten hebben ze echter wél een probleem wanneer ze moeten herstellen van bloedverlies. Overigens komen ze er uiteindelijk toch wel overheen, wat suggereert dat er nog ergens een reservemechanisme actief is.

Juridisch interessant is dat andere onderzoeksgroepen ERFE jaren geleden al blijken te hebben geoctrooieerd. Zij gaven het de namen myonectine en CTRP15 mee en dachten dat het ergens anders mee te maken had maar volgens de UCLA-onderzoekers is het precies hetzelfde eiwit. Wat de definitieve naam wordt is dus nog een punt van discussie.

bron: UCLA

Onderwerpen