Tegen malaria werkt het medicijn gelukkig wel

Door de lage pH in tumoren kan het medicijn chloroquine daar zijn beoogde functie niet uitvoeren. Dit stellen onderzoekers aan het Karolinska Instituut (Zweden) in Autophagy.

Chloroquine, een veelgebruikt antimalariamedicijn, maakt op dit moment onderdeel uit van klinische trials met kankerpatiënten. Daar lijkt het nog niet zo goed te werken. Dit in tegenstelling tot voorgaande resultaten, waarin het medicijn nog duidelijk liet zien tumorcellen gevoeliger te maken voor radio- en chemotherapie. De Zweden hebben nu aangetoond dat dit komt door de hoge zuurgraad die de functie van het medicijn blokkeert.

Het medicijn zou een proces genaamd autofagie moeten onderdrukken. Dat is een proces waarbij cellen zichzelf gedeeltelijk opeten om te overleven in barre omstandigheden. Bij tumoren betekent dit dat ze beter overleven bij gebrek aan voedsel – of bij blootstelling aan bijvoorbeeld chemotherapie. Het stilleggen van autofagie zou dus de efficiëntie van bestaande therapieën kunnen verhogen. Maar onder zure omstandigheden lukt dit niet.

‘We hebben ontdekt dat een groot gevolg van het gewijzigde metabolisme van tumorcellen, de weefselverzuring, verantwoordelijk is voor het gebrek aan effectiviteit van chloroquine,’ zegt Angelo de Milito, hoofdauteur van het artikel. ‘Dit suggereert dat het medicijn niet zo goed zou werken in patiënten met tumoren die zuur zijn.’ En dat zijn er helaas best veel.

Bron: Karolinska Instituut

Onderwerpen