Chlamydiabacteriën zetten een eiwit uit dat hun gastheercel voortijdig zou kunnen laten afsterven. En dáárin schuilt het waargenomen verband met een verhoogde kans op kanker, schrijven Berlijnse onderzoekers in Nature Communications.

Het eiwit in kwestie, p53, wordt wel omschreven als ‘bewaker van het genoom’. Het wordt onder meer geactiveerd onder omstandigheden die DNA-beschadiging aannemelijk maken en zet dan óf het natuurlijke reparatiemechanisme aan óf, als het te erg wordt, het proces dat leidt tot apoptose oftewel ‘geprogrammeerde celdood’.

Dat laatste kan Chlamydia trachomatis niet gebruiken. Hij kan zich alleen vermenigvuldigen in een gastheercel en die moet daartoe voldoende lang blijven leven, zelfs terwijl hij wordt gestrest. Dus activeert de bacterie het natuurlijke afbraakmechanisme voor p53 om tijd te winnen.

Mocht op zo’n moment het DNA dusdanig beschadigd raken dat het op kanker uit dreigt te draaien, dan grijpt p53 óók niet meer in. En dán is het volgens Thomas Meyer en zijn team van het Max-Planck-Institut für Infektionsbiologie niet zo gek dat er statistische verbanden worden gevonden tussen chlamydia-infecties en kanker. De kans dat het misgaat is heel klein maar je hebt het wel over de meest voorkomende soa van allemaal, die bovendien vaak onopgemerkt blijft.

Omdát het een soa is ligt een verband met baarmoederhalskanker het meest voor de hand. Er waren al aanwijzingen dat het papillomavirus hulp nodig heeft om die kwaal te veroorzaken. Bovendien koloniseert de bacterie delen waar het virus niet komt, zoals de eileiders waar eierstokkanker vaak schijnt te beginnen.

En wie weet waar die bacterie nog meer terecht komt...

bron: Max-Planck-Gesellschaft