De gemeente Rotterdam zet wervingspremies in om leraartekorten in het basis- en voortgezet onderwijs te verminderen. Is dat dé manier om meer scheikundigen voor de klas te krijgen?

De gemeente Rotterdam trekt de komende drie jaar € 7,7 miljoen uit om ‘de meest aantrekkelijke stad’ te worden om als leerkracht voor de klas te staan. Een in het oog springende maatregel is een bonus van € 5.000 voor iedereen die een vaste baan in het voortgezet onderwijs accepteert als docent in een tekortvak als natuurkunde, wiskunde, scheikunde of Duits. Nooit eerder zijn zulke wervingspremies ingezet. De kans dat ze meer scheikundedocenten naar Rotterdam lokken lijkt niet groot.

Eenmalig

Jitske Marcelis, docent scheikunde aan het Maerlant Lyceum in Den Haag, liep stage in Rotterdam. Voor € 5.000 gaat ze niet terug. ‘Ik heb het hier onwijs naar mijn zin. Ik heb het bijzonder getroffen met mijn collega. Van haar leer ik de kneepjes van het vak. De eerste jaren vond ik best zwaar. Dit derde jaar vind ik makkelijker, terwijl ik meer uren heb. Het voelt alsof ik nu mijn basis heb opgebouwd. Daar kan geen eenmalig geldbedrag tegenop. En de mogelijkheden voor bij- en nascholing zijn op mijn school ook goed.’

In lerarenkamers is de Rotterdamse premie volgens Marcelis uitgebreid besproken. ‘De meeste docenten hopen niet dat Den Haag dat voorbeeld volgt. Stel je voor dat je vijftien jaar keihard op een school werkt. Dan krijg je niks extra, maar mag je wel een nieuweling gaan inwerken die bij binnenkomst € 5.000 heeft opgestreken. Als die nieuweling zou ik me erg opgelaten voelen.’

‘Het lijkt een aardig gebaar’, reageert Jette de Heer. Zij werkt als docent scheikunde aan het Walburg College in Zwijndrecht. De Heer woont in Rotterdam. Toch doet de premie haar niet uitkijken naar werk in haar woonplaats. ‘Ik heb het enorm naar mijn zin. Als geld verdienen zo belangrijk voor me was, was ik niet als zij-instromer het onderwijs in gegaan. Ik kan me ook niet voorstellen dat studenten door zo’n eenmalige prikkel sneller kiezen voor een loopbaan in het onderwijs. Het bedrijfsleven lokt met lease-auto´s, telefoons en winstdeling. Nee, geef die bonus maar aan de mensen die vijf of tien jaar in het onderwijs blijven. Dat lijkt mij een betere investering.’

Goede begeleiding

‘Voor het geld en de carrièremogelijkheden kies je niet voor het onderwijs’, vindt ook Arlette Quaedvlieg, masterstudent biofarmaceutische wetenschappen in Leiden. Tijdens haar bachelor deed zij een educatieve minor. Binnenkort start ze de bijpassende master. Zij ziet de interesse voor het onderwijs onder studiegenoten door de premie in Rotterdam niet toenemen. ‘Ik ken in mijn omgeving niemand die zijn toekomst zou baseren op zo’n eenmalige prikkel.’ Zij ziet meer in structurele beloning voor prestaties gedurende de onderwijsloopbaan. En in goede begeleiding van beginnende leraren.

‘Het gaat om een aanzienlijke premie. Dat kan voor beginnende docenten een extra prikkel zijn om voor Rotterdam te kiezen’, zegt Cris Bertona, vakdidacticus scheikunde bij de Universiteit Leiden. ‘Maar ik zie meer in een aanpak waarin ook aandacht is voor ondersteuning van beginnende docenten.’ Nu zie je dat een deel het onderwijs na een paar jaar alweer verlaat. ‘Ik vraag me dan ook af of die eenmalige premie een goede investering is van gemeenschapsgeld.’