De veiligheidscultuur in academische labs verschilt sterk van die in de industrie. Voormalig safety steward en Meme & Molecule-columnist Sjoerd Rijpkema ziet een fundamenteel probleem.

Veiligheid

Sinds ik in de industrie werk, is het me opgevallen hoe serieus er met veiligheid wordt omgegaan vergeleken met de academie. Dat verschil is deels logisch. In de industrie werk je met grotere volumes, gevaarlijkere stoffen en een hoge kwaliteitseis. Daar hoort een strakke veiligheidscultuur bij. In de academie bestaan er natuurlijk ook veiligheidsregels, commissies en trainingen. Ik was tijdens mijn eigen PhD zelfs safety steward. Toen merkte ik hoe moeilijk het was om onveilig gedrag echt aan te pakken. De dreiging van lab toegang ontzeggen werkte niet, want in de praktijk betekent dat ook minder experimenten, minder data en dus uiteindelijk minder papers.

Professoren zijn eindverantwoordelijk voor veiligheid in hun groep, maar tegelijk zijn ze afhankelijk van de productiviteit van precies dezelfde mensen. Veiligheid handhaven kan dus direct botsen met publicatie-output, een klassiek voorbeeld van conflict of interest. De oplossing is hier niet om de universiteiten te verplichten te doen zoals in de industrie. De academie draait om vrijheid, exploratie en nieuwe ideeën. Daar hoort een andere dynamiek bij dan in de industrie.

Maar één simpele verandering zou al veel schelen: leg veiligheid niet bij dezelfde persoon die er belang bij heeft dat iemand zoveel mogelijk experimenten doet. Je beoordeelt ook niet je eigen papers; daar bestaat peer review voor. En bij publicaties moeten we tegenwoordig ook netjes verklaren dat er geen conflict of interest is. Misschien moeten we dat in het lab ook maar eens gaan doen.