EBOV-GP-manteleiwit met antilichamen op verschillende plaatsen.

De stam van een manteleiwit vormt de achilleshiel van het ebolavirus. Antilichamen die zich hier op richten slepen de meeste labmuizen door een infectie met het virus heen, meldt een groep Amerikaanse onderzoekers in Science.

Ze wisten zulke antilichamen te isoleren uit het bloed van iemand die drie maanden eerder was besmet met ebola, en het had overleefd.

Het vervolg doet een beetje denken aan de zoektocht naar universele antilichamen tegen het influenzavirus. Die richten zich bijna allemaal tegen één oppervlakte-eiwit, haemagglutinine. Ook ebola heeft zo’n doeleiwit dat bekend staat als hét Ebola virus surface glycoprotein, afgekort EBOV-GP. Het virus heeft dit eiwit nodig om zichzelf vast te kunnen hechten aan het membraan van een gastheercel, en wat zo'n antilichaam in feite doet is het eiwit een bult bezorgen waardoor het niet meer past. Qua vorm lijkt het op haemagglutinine, met een ranke stam waarop een dikkere kruin zit.

Uit B-cellen in het bloed van de herstellende ebolapatiënt wist men in totaal 349 antilichamen te isoleren die zich hechtten aan EBOV-GP. Daar zaten 294 verschillende modellen tussen, veel meer dan je bij influenza pleegt aan te treffen - kennelijk moest het immuunsysteem uitgebreid experimenteren om het virus onder de duim te krijgen, in elk geval bij déze patiënt.

Door deze antilichamen te klonen wist men er genoeg in handen te krijgen om verder te experimenteren. Om te beginnen kon zo worden achterhaald aan welk deel van GP ze hechten. Resultaat: er zijn vier primaire bindingsplekken, die elkaar niet overlappen. M<t elektronenmicroscopie is vervolgens achterhaald waar die plekken precies zitten, en net als bij haemagglutinine blijken er een paar op de kruin te zitten en een paar op de stam.

En ook hier blijkt weer dat de stam de beste plek is om je op te richten. Bij influenza is dat omdat dat deel van het eiwit het minst muteert. Bij ebola is de motivatie nog niet duidelijk, maar besmette muizen die dergelijke antilichamen kregen toegediend hadden met afstand de beste overlevingskansen. Ná besmetting inenten met antilichamen die zich op een ander deel van GP richten, helpt weinig tot niet.

Inenten vóór besmetting lijkt in het kader van het onderzoek overigens niet te zijn uitgeprobeerd.

bron: Science