De afstemming tussen leerdoelen en toetsing in het onderwijs kan beter, stellen Rotterdamse onderzoekers. Ook oprichter van de KNCV-commissie Onderwijs Huib van Drooge ziet de pijnpunten én oplossingen.

Studenten staan onder druk om te presteren en dat gaat ten koste van de motivatie om te leren. Dit stelden onderzoekers van het Erasmus MC eerder dit jaar in het tijdschrift Higher Education. Oftewel: de zesjescultuur is nog steeds springlevend.

De onderzoekers beargumenteerden dat de oorzaak ligt in het toetsgerichte onderwijssysteem. De motivatie van studenten is namelijk slechts een weerspiegeling van het curriculum. Sommige leerdoelen daaruit worden niet getoetst en andere wel. Het loont dus de moeite om niet-getoetste leerdoelen ook niet te behalen, ten gunste van de getoetste leerdoelen. De vraag is in hoeverre dit geldt voor het vak scheikunde en welke ontwikkelingen hierin te bespeuren zijn.

‘De conclusie van het onderzoek is wat mij betreft een open deur’

‘De conclusie van het onderzoek is wat mij betreft een open deur’, reageert scheikundedocent Huib van Drooge. Hij is al jaren gepensioneerd, maar geeft nog steeds les. Van Drooge richtte in 1993 de commissie Onderwijs van de KNCV op, waarvan hij tot 2014 lid is gebleven. Van 2013 tot 2019 was hij voorzitter van de NVON, Nederlandse Vereniging van het Onderwijs in de Natuurwetenschappen.

Afstemming

Ook Van Drooge merkt dat binnen het onderwijs de neiging bestaat om vooral kennis te testen die makkelijk toetsbaar is, bijvoorbeeld met meerkeuzevragen. ‘Bij studies in de sociale wetenschappen zal dit overigens sterker gelden dan bij scheikunde, een studie met kleinere aantallen studenten waarin ook praktische vaardigheden getoetst worden.’

Toch ziet Van Drooge overal het effect van een minder goede afstemming tussen leerdoelen en toetsing. Dat begint al in het basisonderwijs bij het vak Natuur en Technologie. ‘In het curriculum staan bijvoorbeeld leerdoelen gericht op ideeën ontwikkelen en evalueren, maar die worden niet getoetst in de eindtoets (Cito-toets, red.). Natuur en techniek krijgt mede daardoor weinig aandacht. Daar begint het al met de motivatie voor bètavakken’, aldus Van Drooge. ‘Hetzelfde geldt voor middelbare scholieren en studenten. Met meerkeuzevragen wordt vooral feitelijke kennis getest, maar het goede antwoord kiezen, kan deels op tactiek. Voor hun latere werk hebben ze natuurlijk meer aan toepassingsvragen.’

Bij het opstellen van het curriculum zal volgens Van Drooge al meer nagedacht moeten worden over de manier waarop de leerdoelen getoetst kunnen worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. In plaats van vooral kijken of de student de leerdoelen heeft behaald (summatief), kan een toets bovendien ook bedoeld zijn om inzicht te geven in de voortgang van de student (formatief). Dit is een ontwikkeling die volgens Van Drooge gelukkig gaande is, maar nog meer gestimuleerd mag worden.

‘Lerarenopleidingen zouden meer aandacht kunnen besteden aan toetsing’, vindt Van Drooge. ‘Het is namelijk belangrijk om toetsing ook te zien als instrument voor het onderwijs, om erachter te komen hoe je als docent het leerproces kunt verbeteren