Harvard-onderzoekers hebben een sponsachtig materiaal bedacht dat zich in kleine stukjes door een injectienaald laat persen. In het lichaam krijgt het sponsje vanzelf zijn oorspronkelijke grootte én vorm weer terug om vervolgens biologisch te worden afgebroken, schrijven ze in PNAS.

Volgens de auteurs kun je zo’n sponsje gebruiken als vulstuk voor gaten in diverse weefsels. Als het goed is vult het lichaam het gat dan vanzelf op met verse cellen. Eerst in de poriën van de spons, daarna als vervanging voor het uiteenvallende sponsmateriaal.

Je kunt trouwens ook medicijnen of zelfs hele cellen opbergen in die poriën. Ze blijken het samenknijpen tijdens het injecteren uitstekend te overleven. In het lichaam komen ze vervolgens geleidelijk vrij wanneer - alweer - het sponsmateriaal langzaam wordt afgebroken.

Dat materiaal is een alginaat, gewonnen uit zeewier. De spons ontstaat wanneer je de alginaatoplossing gecontroleerd bevriest. Bij die ‘cryogelering’ vormen zich pure ijskristallen. Het alginaat vriest er letterlijk uit en vormt een geconcentreerde gel in de ruimte die tussen de kristallen overblijft. Nadat de gel is gestold, laat je het ijs weer smelten.

De kunst is uiteraard om dit proces zo af te stellen dat je een flexibele, samendrukbare gel krijgt in plaats van de brosse massa die meestal met alginaat wordt geassocieerd.

bron: Harvard

Onderwerpen