Neslihan Özcan Şahin vluchtte in 2018 uit Turkije naar Nederland. In Turkije was ze docent en ook hier wilde ze graag weer voor de klas staan. Ze vertelt over het traject dat ze daarvoor moest doorlopen.

‘Het onderwijs is voor mij geen baan maar een passie.’ Toen Neslihan Özcan Şahin in Amsterdam begon met lesgeven, kwam ze er pas achter hoe erg ze het had gemist om voor de klas te staan. ‘Ik vind het heel belangrijk om contact te hebben met leerlingen en te vragen hoe het met hen gaat. “Waarom was je er gisteren niet, is alles goed?” of “Voel je je vandaag beter of heb je nog steeds buikpijn?”, “Is het probleem met je broertje opgelost?”. Dat soort contact had ik echt gemist. Ik vind het mooi dat ik hun leven kan beïnvloeden.’

Özcan Şahin komt uit Gaziantep, in het zuiden van Turkije, dicht bij de Syrische grens. In Turkije volgde ze een opleiding voor science-docent. Zestien jaar lang gaf ze met veel plezier les in de vakken natuurkunde, scheikunde en biologie aan leerlingen tussen de elf en veertien jaar oud.

Vluchten naar Nederland

Na de mislukte coup in juli 2016 werd iedereen die zich uitsprak tegen Erdogan gezien als terrorist. Veel mensen, waaronder ook vrouwen en kinderen, werden gevangengenomen. Özcan Şahin en haar man besloten samen met hun kinderen te vluchten. Mensensmokkelaars brachten hen in mei 2018 op een kapotte boot naar Griekenland. Daar bleven ze drie maanden. Vervolgens hielpen andere mensensmokkelaars ze in augustus 2018 naar Nederland. ‘Vooral mijn man wilde heel graag naar Nederland vanwege de vrijheid. Ons enige doel was in vrijheid leven.’ In Nederland verbleven Özcan Şahin en haar gezin negentien maanden in zes verschillende asielzoekerscentra (azc’s): Ter Apel, Musselkanaal, Assen, Wageningen, Arnhem en Harderwijk. ‘Ik ken Nederland daardoor bijna beter dan Nederlanders’, grapt Özcan Şahin. Voor gevluchte Turken geldt geen verplichte inburgering en daarom krijgen ze geen professionele taalcursus in het azc. Gelukkig waren er in Assen buurtbewoners die vrijwillig taalles kwamen geven, waardoor haar Nederlands op niveau A2 kwam. Er zijn zes taalniveaus, van A1 (beginner) tot en met C2 (vergevorderd).

’Zowel in Turkije als in Nederland kunnen pubers brutaal zijn.’

Weer lesgeven

Nislihan Özcan Sahin_web

Nislihan Özcan Şahin

Beeld: Marieke de Boer

Begin 2020 kregen Özcan Şahin en haar gezin een verblijfsvergunning en ze verhuisden naar Amstelveen. Özcan Şahin wilde in Nederland ook graag weer voor de klas staan. Door haar opleiding in Turkije was ze bevoegd om hier voor de klas te staan, maar ze miste nog ervaring met het Nederlandse systeem en voldoende kennis van het Nederlands. Daarom volgde ze drie maanden lang een onlinecursus Nederlands voor taalniveau B1 en begon daarna in Amsterdam aan het traject Statushouder voor de Klas aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Haar traject bestond voornamelijk uit taallessen en een stage aan het Hyperion Lyceum in Amsterdam-Noord. Özcan Şahin wilde graag nog meer werkervaring opdoen en stuurde diverse e-mails naar scholen in haar eigen buurt. In de tweede periode van het traject aan de HvA had ze een dag per week vrij en die tijd benutte ze door een vrijwillige stage als docent NaSk te lopen aan De Apollo in Amsterdam Buitenveldert, een school voor leerlingen in vmbo-tl en havo die nog wat extra ondersteuning nodig hebben. Deze stage werd geregeld door Marc Uiterval. Na haar stage bood Paul Keuter haar een plek aan als technisch onderwijsassistent (toa). ‘Ik wilde liever niet meteen voor de klas staan, maar kennismaken met het Nederlandse onderwijssysteem en de taal’, vertelt ze. Inmiddels werkt Özcan Şahin vier dagen bij De Apollo, twee dagen als toa en twee dagen geeft ze natuur- en scheikunde aan diverse tweede klassen. ‘Ik ben opgeleid om ook biologie te geven, maar dat is veel taliger. Daarom doe ik dat nu nog niet. Misschien komt dat later nog.’ Volgend schooljaar gaat Özcan Şahin volledig lesgeven. Ze is erg blij met de begeleiding die ze van Paul Keuter kreeg. Hij maakte haar wegwijs in het Nederlandse systeem en hielp haar met haar Nederlands.

Verschillen met Turkije

Özcan Şahin vindt niet dat er heel veel verschil is tussen lesgeven in Turkije en in Nederland. Inhoudelijk is het curriculum grotendeels hetzelfde. ‘En pubers zijn pubers. Ze zijn hier niet heel anders, zowel in Turkije als in Nederland kunnen ze brutaal zijn.’ Uiteraard zijn er wel kleine verschillen. In Turkije is er meer hiërarchie tussen de schoolleiding en de docenten, en tussen de docenten en de leerlingen. Hier kan Özcan Şahin de directeur aanspreken met zijn voornaam, dat is in Turkije ondenkbaar. Hetzelfde geldt voor de leerlingen: ‘Hier noemen ze me Neslihan, terwijl ze in Turkije juf of mevrouw zeiden.’

Een groot verschil tussen Turkije en Nederland is de differentiatie in examenniveaus: ‘In Nederland hebben leerlingen veel meer kansen om door te stromen dan in Turkije. Hier kun je op veel verschillende niveaus examen doen [vwo, havo, mavo/vmbo en praktijkonderwijs, red.], maar dat is in Turkije niet zo. Daar is maar één centraal examen, waardoor veel leerlingen geen diploma behalen.’ Op de school van Özcan Şahin zitten veel kinderen met ADHD, dyslexie, dyscalculie en autisme. Deze kinderen hebben volgens Özcan Şahin veel meer kansen in het Nederlandse systeem.

Eerder aan de slag

Özcan Şahin vindt het jammer dat ze niet eerder Nederlands heeft kunnen leren. Daarom vindt ze het goed dat het project Docentvluchteling voor de Klas (DVDK) is gestart (zie kader). Ze had zelf ook graag al in de azc’s professionele taalles willen volgen, dan had ze nu nog beter Nederlands kunnen spreken. ‘Die negentien maanden voelen wat dat betreft als verloren tijd.’ Özcan Şahin spreekt bijzonder goed Nederlands voor iemand die hier nog maar een paar jaar is, maar ze wil haar taal blijven verbeteren. Vooral uitdrukkingen vindt ze nog lastig.

Özcan Şahin kent veel mensen die aan het project DVDK deelnemen of hebben deelgenomen. Ze vindt het goed dat mensen in het project al vroeg kennis kunnen maken met het Nederlandse schoolsysteem en denkt dat dit wellicht uitgebreid kan worden: ‘Misschien kunnen scholen vrijwilligersplekken aanbieden voor vluchtelingen.’

Nieuw leven

Özcan Şahin is erg blij dat ze hier in Nederland welkom is en weer voor de klas kan staan. ‘Het was wel moeilijk om weer een nieuw leven op te bouwen. Toen we hier kwamen hadden we helemaal niets.’ De man van Özcan Şahin was in Turkije industrieel ingenieur en heeft inmiddels een baan gevonden bij de Rabobank. Met haar kinderen die nu veertien en tien zijn, gaat het ook goed. ‘Mijn zoon zit in de tweede klas van de havo en is een echte puber. Mijn dochter zit in groep zeven. Zij kan zich nog vrij weinig van Turkije herinneren.’ Toen ze net verhuisd waren naar Amstelveen was het erg moeilijk voor haar kinderen. ‘Door de coronalockdown konden ze niet naar school en ze kenden helemaal niemand in buurt. Mijn dochter wilde zelfs weer terug naar het azc, omdat ze daar veel Turkse vriendjes en vriendinnetjes had.’

Uiteraard denkt Özcan Şahin nog veel aan de mensen in Turkije die gevangenzitten. ‘Mannen, vrouwen en ook zieke mensen. Een vriendin van mij zit met haar man in de gevangenis, terwijl ze drie kinderen hebben. Echt ongelooflijk. Al deze mensen zijn altijd in mijn gedachten.’

Özcan Şahin vertelt dat haar ouders op de dag van het interview naar Nederland komen. Pas viereneenhalf jaar na hun vlucht hebben ze elkaar weer kunnen zien in Bosnië. Visumaanvragen voor Nederland werden steeds afgewezen, maar door de aardbeving begin dit jaar mogen ze nu toch komen. ‘Mijn ouders denken dat onze situatie hier niet zo goed is. We leggen het wel uit, maar ze geloven het niet. Vanavond gaan ze zien dat we het hier nu goed hebben.’

Dit artikel verscheen eerder in het augustusnummer van het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde.

Kader Docentvluchteling voor de Klas

Een jaar of drie geleden is het project Docentvluchteling voor de Klas (DVDK) gestart vanuit de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren (NVvW) en VluchtelingenWerk Nederland (VWN), toen bleek dat er in Nederland ruim honderd uit Turkije gevluchte wiskundedocenten waren. Zij waren bevoegd verklaard door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) om voor de klas te staan, maar ze beheersten de Nederlandse taal nog niet goed genoeg om les te kunnen geven. Ook misten ze de kennis over en ervaring binnen het Nederlandse onderwijsstelsel, dat behoorlijk verschilt van dat in Turkije.

Het bestaande leerwerktraject Statushouders voor de Klas dat door hbo’s wordt aangeboden was voor hen niet altijd toereikend, mede omdat dat ook bedoeld is voor statushouders die wel docent waren in hun land van herkomst maar door DUO niet bevoegd bevonden zijn en statushouders die überhaupt nog geen docent waren. Taalniveau B1 is vereist voor de start van het leerwerktraject.

Het project DVDK heeft een plan ontwikkeld waar het bestaande leerwerktraject onderdeel van is. Het project DVDK bestaat uit drie fases, waarbij de eerste fase start als de docentvluchteling nog geen status heeft, met onlinetaallessen en een vakmaatje die kan vertellen over het Nederlandse onderwijssysteem en een schoolbezoek kan regelen. Zo kan de docentvluchteling al voor het hbo-leerwerktraject zien hoe het Nederlandse onderwijssysteem in elkaar zit. Inmiddels is het project uitgebreid naar de vakken natuurkunde, scheikunde, biologie en informatica. Uiteraard is het ook beschikbaar voor docentvluchtelingen uit andere landen dan Turkije. Zij zijn hier echter vaak niet bevoegd en moeten hier dus nog hun bevoegdheid halen.

De regering heeft onlangs op jaarbasis €1 miljoen beschikbaar gesteld om docentvluchtelingen in Nederland voor de klas te krijgen. De plannen over hoe dit geld precies besteed gaat worden, worden nu gemaakt. Marcel Voorhoeve, initiator van DVDK, geeft aan dat er twee grote pluspunten zijn aan dit project: vluchtelingen worden geholpen bij werk dat bij hen past én het draagt bij aan het terugdringen van het enorme docententekort in de bètavakken.

Zie voor meer informatie www.nvvw.nl/werkgroepen/welkom/dvdk

Wil je ook vakmaatje worden? Kijk dan op www.nvvw.nl/werkgroepen/welkom/dvdk/wordt-vakmaatje/