Utrechtse onderzoekers hebben het mechanisme in beeld waarmee botulinetoxine A zich hecht aan zenuwcellen. Ze hebben ook al een eiwitfragment te pakken dat die hechting verhindert en hopen op basis daarvan een tegengif te ontwikkelen, melden ze in Nature.

Gewapend met de nieuwe kennis over de chemische structuur van het toxine hopen de auteurs tevens een variant te kunnen ontwikkelen die wat minder toxisch is. Voor medische en cosmetische toepassingen zou zo’n afgezwakte vorm van ‘botox’ allicht wat minder risicovol zijn dan het natuurlijke spul, alleen al omdat een klein foutje in de dosering niet direct meer fataal is.

Samen met onderzoekers van het Paul Scherrer-instituut in Zwitserland slaagden Casper Hoogenraad en collega’s er in om de combinatie van het receptorbindende domein van het toxine (afgekort BoNT/A-RBD) en het luminale domein van een van de receptoreiwitten in zenuwcellen (SV2C-LD) te laten uikristalliserren, waarna met röntgenkristallografie de structuur kon worden opgehelderd.

Uit die structuur is weer af te leiden welk deel van SV2C-LD essentieel is voor de binding, en hoe ‘ruim’ je dat uit het receptoreiwit moet knippen om ook de vouwing en dus de 3D-vorm correct te krijgen. In Zwitserland zijn al een paar van die synthetische peptides gemaakt en een daarvan vormt volgens Hoogenraad inderdaad ‘een fantastische blokkade’.

Het zou uiteindelijk (over minstens 10 jaar, schat Hoogenraad in het Financieele Dagblad) kunnen leiden tot een specifiek antilichaam tegen botulinetoxine A. Er bestaan al van die antilichamen, maar die zijn duidelijk nog voor verbetering vatbaar.

Het zou de dreiging van een terrreuraanslag met botulinetoxine een beetje minder urgent maken. Al blijft het wel een probleem dat er minstens 7 andere varianten van het toxine bestaan, en dat nog onduidelijk is of de onderlinge verschillen dusdanig groot zijn dat je voor elk RBD-domein een ander antilichaam nodig hebt.

bron: UU, Nature, FD

Onderwerpen